Photo credit: BioDivLibrary via Visualhunt / CC BY

Hydrobates Boie 1822

De hydrobates is een waterloper, Grieks hudor: water, baino: gaan, lopen. Voor de vorm vergelijk Grieks hudropotes: waterdrinker. Vieillot 1816 gaf al hydrobata als genus voor de waterspreeuw. Boie zelf geeft in 1826 nog dryobates als een genus voor spechten: boomloper.

Stormvogeltjes leven hoofdzakelijk van plankton. Laag fladderend boven het wateroppervlak hebben ze vaak een of twee poten enkele centimeters in het water hangend, mogelijk om bij voedsel sneller te kunnen stoppen. Ook trappelen ze met de poten, waarschijnlijk om het plankton in beweging te brengen, maar ook om zich te verplaatsen. Soms gebruiken ze dan beide poten, vaker eerst de ene, dan de andere. Mensen kregen zo de indruk dat ze over het water líepen, wat van een afstand inderdaad zo lijken kan.

Vraag is wel wat Boie wist. Mogelijk was de kennis nog niet verder dan wat Buffon 1770-1783 weet: ze hebben “la singulière faculté de courir et de marcher sur l’eau”, ‘het bijzondere vermogen over het water te rennen en te lopen’. Zoals ook Linnaeus 1746 al had: het stormvogeltje leeft op zee, “undas currens”, ‘over de golven lopend’ (p.93). Van de pijlstormvogels wist men al meer: Engels shearwater, voor de noordse pijlstormvogel, is van 1674 of eerder en men wist dat de vogels ‘shear the water’, het water scheren (niet scheren óver, wat ze natuurlijk wel dóen): scheren door met de vleugels rakelings over het water te gaan, bijna erdoorheen te snijden.

Engels petrel, een algemene naam voor stormvogels, is verklaard uit het lopen: de naam zou te maken hebben met de Petrus die over het water liep. Lockwood 1984: waarschijnlijk ontstond de naam uit het pitter-patter van hydrobates pelagicus. Engels pitter-patter staat voor repeterende tap-geluidjes, hier het getrippel over het water. Een vorm naast petrel was pitteral. Waarschijnlijk was het de oudere vorm.