Ardeola Boie 1822

Latijn ardeola, ardiola, was een verkleining van ardea: reiger, zie dat genus. Kleine reiger dus. Bij Boie is ardeola de genusnaam voor de ralreiger, de kleinste van de eigenlijke reigers (men verdeelt de reigers wel in eigenlijke reigers en roerdompen). Anderen gebruiken het genus later ook voor andere kleine reigers. En eerder gebruikte Brisson 1760 de naam voor het woudaapje, de kleinste van de roerdompen. In contrast hiermee had Plinius ardiola voor gróte reigers: roerdomp, zilverreigers, blauwe reiger. Dat viel op. Aldrovandi 1603: hoewel het verkleinend is, wordt het door de beste schrijvers, ook Plinius, voor ardea gebruikt (“Ardeola quamvis vox fit diminutiva, à Plinio tamen, alijsque doctis simpliciter pro Ardea usurpator”, p.366). Misschien is het door dit merkwaardig gebruik dat de naam in de tijd tussen Plinius en Brisson in de boeken weinig voorkomt. Door Boie heeft hij toch nog een plaats gekregen in de huidige nomenclatuur. En ook nog in de correcte betekenis.