Photo credit: Internet Archive Book Images via Visual Hunt / No known copyright restrictions

Alopochen Stejneger 1885

Alopo-chen was ongetwijfeld een anagram van Grieks chenalopex: vosgans (Grieks chen: gans, alopex: vos); Gaza 1476 vertaalde de Griekse naam met vulpanser, idem: vosgans (Latijn vulpes: vos, anser: gans). Over de vógel zegt Stejneger: “was known to the ancien Greeks” (p.141). Maar welke dat dan wás?

De Romeinse schrijver Aelianus, die veel fantasie had, zag het zo: de vogel heet vosgans omdat hij zo slím is als een vos, bij gevaar doet het vrouwtje alsof ze niet vliegen kan, redt op die manier haar jongen. Méér heb je aan wat de Grieken zeiden: de Egyptenaren vereerden de chenalopex. Dat past bij de nijlgans, alopochen aegyptiacus, de enige gans die nu in Egypte broedt. André 1967, Jobling 1991: vos heeft dan te maken met de vosbruine kleur, van die nijlgans.

Toch is dat is nog maar de vraag: de casarca, tadorna ferruginea, díe is vosbruin - en komt in Griekenland voor, en broedt in holen (de nijlgans alleen soms). Misschien broedde de casarca toen ook in Egypte. Volgens Springer 2009 had men hem daar als siervogel.

Door Turner 1544 komt de naam overigens terecht bij de bergeend, tadorna tadorna, en krijg je voor die soort Nederlands vosgans, Engels fox-goose, Italiaans volpoca (volpe: vos, oca: gans). Hij schreef, bij chenalopex: “Nostrates hodie bergandrum nominant”, ‘de onzen [de Engelsen] noemen hem tegenwoordig bergander’. Turner weet dat de bergeend vaak in holen broedt, net als de vos: zo kwam hij er misschien op.