Photo credit: cuatrok77 via VisualHunt / CC BY-NC-SA

Marmaronetta Reichenbach 1853

Na anas angustirostris van Ménétries voor de marmereend, zie bij de soort, geeft Temminck anas marmorata, daarna Eyton in 1838 dafila marmorata, met de uitleg: “The whole body beautifully marbled with light sepia brown and dusky white”, vergelijk marbled teal bij de soort. Latijn marmoratus: van marmer, wat Reichenbach inspireert tot een Griekse versie: in marmaronetta zitten Grieks marmaros: marmer, en netta: eend, zie ook bij het genus netta. Kortom: marmereend.

Toch, omdat marmer veelal geaderd is, is ‘gemarmerd’ niet de meest voor de hand liggende associatie bij deze eend. De reden voor de wat onverwachte naam is dat Engels marbled rond 1700 ook gaat worden gebruikt voor dieren en planten die gevlekt of gestippeld zijn. En zo heeft Pennant 1785 marbled guillemot voor een gevlekte alk. Gmelin 1789, die er colymbus marmoratus voor bedenkt, realiseerde zich waarschijnlijk niet dat marmoratus van oorsprong níet die betekenis had. Tegenwoordig is het trouwens: brachyramphus marmoratus, de marbled murrelet, de marmeralk.