Photo credit: Internet Archive Book Images via Visualhunt

Falco Linnaeus 1758

Bij falco is de belangrijkste vraag waar de naam ontstond: in Latijns of Germaans gebied. Van die vraag hangt de betekenis af. Laat Latijn falco, indien de oudste, kon zijn ontstaan uit falx: sikkel, de naam dan voor snavel, klauwen of vleugels (‘sikkelvogel’). Bij Romeinse oorsprong past dat eerder al Plinius het woord falculae had, voor klauwen, “om dat ze sikkelswyze gekromt zyn” (Pitiscus 1738). Snavel en vleugels vallen dan wel af.

Als Oudhoogduits falco of falcho de oudste was, werd dat Latijn falco. De naam dan misschien uit ‘vaal’, voor het grauwbruine kleed (Nielsen 1989), al past ‘de vale’ bij véle soorten (‘de gesikkelde’ trouwens ook). Als de naam in de valkerij ontstond: zeker later werd daarin vooral de slechtvalk met valk of faucon aangeduid en bij de adulten past leigrijs, verenigbaar met vaal, zie bij columba palumbus (voor valkeniers, zie bij accipiter gentilis, was de slechtvalk de beste, en hij werd hun ‘gewone valk’, vandaar wel slechtvalk, Middelnederlands slecht: gewoon - niet omdat hij veel voorkwam, maar omdat het voor hen dé valk was).

Kluge 1967: voordat de Germanen de valkenjacht kenden, hadden ze plaatselijk al de mansnaam Falco. De Vries 1992, op grond van hetzelfde: Germaanse herkomst van valk hoeft dus niet betwijfeld te worden. Maar Suolahti 1909 bestreed de interpretatie al, waarschijnlijk terecht. Hij ging uit van ontlening aan het Latijn. Een belangrijk punt hierbij, ook in Lockwood 1984: toen de Angelsaksen in de tweede helft van de vijfde eeuw naar Engeland trokken, hadden ze geen Germaans ‘valk’ bij zich - wat waarschijnlijk inhoudt dat de Germanen het woord toen niet kenden. In het Laat Latijn is falco vanaf ongeveer 300 na Christus vastgesteld: de Romeinen hadden het woord dan eerder.

John Trumper, in “Classification”, een artikel in ‘Animal Names’ 2005, trekt op grond van een uitvoerige analyse de conclusie die hierbij past: “The Roman explanation of falco in terms of falx [...] appears to be a reasonable hypothesis”. Alleen een ‘kleinigheid’ is nu nog over: of het van oorsprong een naam voor valken was, of voor een andere gesikkelde. Een antwoord is er niet. Wel kan de naam natuurlijk met gemak op valken zijn toegepast.

Belon 1555 zet Latijn falco bij een tekening van wat waarschijnlijk een slechtvalk is, maar Frederik II ±1246 had al het algeméne gebruik, falco ‘alle valken die in de valkerij worden gebruikt’ - de edele valken, zie bij accipiter gentilis. Gesner 1555 doet het ook zo, maar Linnaeus 1758 gebruikt de naam nog breder: op de gieren na heeft hij alle roofvogels in falco. In het huidige genus zitten alleen nog de ‘echte valken’.