Photo credit: VaqueroFrancis via VisualHunt / CC BY-NC-ND

Aquila Brisson 1760

Voor ‘arend’ hadden de Grieken aetos, de Romeinen aquila, de latere Germanen arn, örn, earn (Engels eagle: via Frans aigle uit aquila). Grieks aetos wordt verwant geacht met Latijn avis: vogel. De arend dan: dé vogel. Arnott 2007 denkt, onder andere door de grote prooien die Griekse schrijvers noemden, dat het primair de steenarend was. Later, noordelijker, beschrijft men de steenarend eeuwenlang als dé vogel, als ‘koning van alle vogels’ - en door het imposante, ‘majesteitelijke’, is hij prominent aanwezig in fabels, heraldiek en christendom. In de valkerij heeft men er adelaar voor, letterlijk: edele aar. De Germáánse namen acht men verwant met Grieks ornis, ook al: vogel (de ornithologie: vogelkunde). De steenarend is dan twee keer dé vogel. Het kan de verering zijn geweest. Of taboeïsering, indirecte benoeming: de arend slachter, wreedaard of moordenaar noemen, riep alleen maar onheil over je af.

Latijn aquila staat er wat verloren bij. Ernout 1959 geeft geen etymologie, schrijft wel dat aquila geleid kan hebben tot aquilus: donker, ‘omdat de vogel erg donker is’. De Vaan 2008 draait het om: Latijn aqua, water, gaf aquilus, donker (wat water soms is), en aquilus gaf aquila. “It may not be the only black bird, but it is certainly one of the biggest and most majestic of them”. De Grieken hadden perknos en morphnos. Over de betekenis van de wóórden perknos en morphnos is discussie mogelijk, maar vaak neemt men aan dat de námen ‘de donkere’ betekenden; vergelijk bij pernis, aasgier en bastaardarend. Beide namen stonden mogelijk voor de steenarend en passen dan bij ‘aquilus gaf aquila’. Misschien zit ook hier taboeïsering: ‘de donkere’ is veiliger dan ‘wreedaard’. Denkbaar is ook dat de Griekse namen de Romeinen tot aquila inspiréérden.

Er zijn ook andere ideeën. Cohen 2004, “A New Etymology for Latin aquila”, een artikel in ‘Indo-European Word Formation’, vergelijkt aquila met accipiter, zie dat genus. Uitgaand van Latijn acu-: snel, avis: vogel, komt hij op *aku-(a)wila: snelle vogel. Aquilus, donker, ziet hij gebaséérd op aquila, zou oorspronkelijk ‘eagle-colored’ hebben betekend. En in aquilo, een woord voor de noordenwind, ziet hij een personificátie van aquila: de bijtende, plotseling optredende wind werd gepersonifieerd als “a fast, aggressive avian raptor” (p.33).

Maher 1977, “Creation and Tradition in Language”, oppert avis aquae/aquila: watervogel (aquae: de wateren). Aquilus, ‘met betrekking tot water’, ging donker betekenen, maar in aquilo, de noordenwind, zit die betekenis níet - het woord kan volgens Maher zijn ontstaan uit aquilus ventus: regenwind (Italiaans acqua is naast water ook regen). Maher denkt dat de Romeinen, georiënteerd op de zee, de zeearend bedoelden. Over Engeland wordt het ook geschreven: lang geleden kende men de zeearend waarschijnlijk beter dan de steenarend, die in de bergen in het binnenland zat.

Als het ‘de snelle vogel’ is: zeearend en steenarend vliegen meestal ‘bedachtzaam’, maar de steenarend kan 130 kilometer per uur halen, in duikvlucht 200 en meer. Maar De Vaan heeft taalkundige bezwaren tegen de afleiding bij Cohen. Als hij gelijk heeft, blijven donkere en watervogel over. Misschien moet de ornithologie dan spreken, dat wil zeggen: Plinius. Al gooit hij wat namen door elkaar, bij de arenden beschrijft hij één ding uitvoerig: de manier van jagen van de zeearend. Een deel heeft hij van Aristoteles (zie bij haliaeetus), maar hij heeft méér, en het lijkt eigen ervaring: ‘de strijd tussen zeearend en watervogel is prachtig om te zien’ (“spectanda dimicatio”). Het kan de ervaring van meer Romeinen zijn geweest. En de zeearend was dan misschien, lang voor Plinius al, dé arend, in het bijzonder avis aquae, vogel van de wateren - dé vogel van de wateren.