13531528365_8918178d02 Photo Credit: Joachim S. Müller Flickr via Compfight cc

Gypaetus Storr 1784

Gypaetus gaat terug op Grieks gupaietos bij Aristoteles - tenzij het daar hupaietos was, zie bij neophron percnopterus. Voor wellicht de aasgier had Aristoteles perknopteros, oreipelargos, en hupaietos - tenzij het gupaietos was (in handgeschreven teksten gaven letters soms problemen). Las men hupaietos, dan was het onder-arend, Grieks hupo: onder, Grieks aetos, aietos: arend. Las men gupaietos, dan was het gier-arend, Grieks gups: gier, zie bij het genus gyps.

Onder-arend kon misschien nog ‘kleiner dan een grote arend’ betekenen, vergelijk hupotriorches bij de boomvalk, maar met gier-arend kon men nóg minder uit de voeten, hoewel men natuurlijk pogingen deed - die bij Belon 1555 en Gesner 1555 bleven steken in: ‘de vogel heeft iets van een arend en een gier’.

Gaza 1476 denkt dat het hupaietos was en latiniseert met subaquila, onderarend, vergelijk subbuteo bij de boomvalk. Belon en Gesner lezen gupaietos, gierarend. Heusslin 1557 verduitst tot geyeradler, Houttuyn 1762 vernederlandst tot arendgier. Gesner bedoelde de aasgier, zoals wellicht ook Aristoteles.

Storr tot slot maakt er een genusnaam van, maar voor de lammergier. Legt uit: “da er am Kopf und Hals vollkommen befiedert ist” (p.68), is het geen gier, en moet hij weg uit het genus vultur, waarin Linnaeus hem had - ook vanwege zijn andere gedrág. ‘Maar het is ook geen arend, en gypaetus drukt deze middenpositie mooi uit’. ‘En de naam kan geen verwarring geven, want de mensen weten er de betekenis toch niet meer van’. Alsof ze die ooit wél wisten.