Photo by Martha de Jong-Lantink on Visualhunt / CC BY-NC-ND

Haliaeetus Savigny 1809

De Grieken kenden een arend die ze haliaetos, haliaietos noemden - aetos, aietos: arend, halios: zich in of bij de zee bevindend (hals: de zee). Een zeearend dus. De Romeinen latiniseerden de naam, tot haliaetus enzovoort, maar vertaalden hem ook, met aquila marina, idem zeearend.

Aristoteles: hij heeft een dikke hals, een brede staart, gekromde vleugels, leeft bij de zee, pakt zijn prooi met de klauwen, kan haar soms niet dragen, belandt dan in het water. Je kunt hier zeearend én visarend in vinden (beide zág men nog: veel later pas zijn ze uit grote delen van Europa verdreven). Maar verderop beschrijft Aristoteles hoe de vogel op watervogels jaagt, en dan lijkt het sterk de zeearend. Vertaling bij Pollard 1977: “whenever a bird emerges and sees the sea-eagle it takes fright and dives with the intention of rising again in another spot. But the eagle pursues it, relying on its sharp sight, until it either drowns it or catches it on the surface” (p.77). De visarend pakt vooral vís, en schiet daarbij het water ín.

Pollard zegt ook dat sommige Griekse dichters onder de indruk waren van de haliaetos, Thompson 1936 dat men hem soms alleen aetos noemde. Beide verwacht je meer bij de zeearend dan bij de visarend. Zie bij accipiter nisus voor nog een argument: de gelige kop.

In boeken vind je soms dat de Grieken met haliaetos beide vogels bedoelden, dat ze de twee niet onderscheidden. Waarschijnlijk deden ze dat wel, omdat de twee nogal verschillen en Aristoteles zijn informatie waarschijnlijk voor een deel van vogelvangers kreeg, die wel wisten wat ze zagen.

Alles bij elkaar lijkt het erop dat haliaetos de zeearend was, in ieder geval primair de zeearend. In Griekenland kwam hij ook meer voor (Handrinos 1997, Arnott 2007). Evengoed is de náám bij beide terechtgekomen. Bij de zeearend in haliaeetus albicilla, bij de visarend in pandion haliaetus.