Photo credit: elizabethdonoghue via VisualHunt / CC BY-NC-ND

Gallinula Brisson 1760

Latijn gallinula betekende kipje, hoentje, was een verkleining van gallina: kip, hoen - gallus: haan. Het waterhoen, waarvoor Brisson de naam gaf, lijkt inderdaad een kipje, door bouw, gebogen gang, opstaande staart, poten zonder zwemvliezen. In Nederland is waterkipje een van de populairste namen ervoor, in het Italiaanse deel van Zwitserland zijn er gallinè en gallineta. Voor Brisson gaf overigens het kleine de doorslag: “Elle est à peu près de la grosseur d’une petite Poule”, is ongeveer zo groot als een kleine kip (VI-4).

Jobling 1991 en Lockwood 1984 schrijven dat (ook) Gesner 1555 gallinula voor het waterhoen gaf, maar hij had hem als algeméne naam - waarschijnlijk geënt op Zwitserduits hünle, hoentje, ook al een algemene naam (het waterhoen ként hij zelfs niet goed, alleen uit Engelse bron). De naam zit bij hem in bijvoorbeeld gallinula terrestris voor de kwartelkoning: landkipje, meer nog in de tegenhanger ervan, gallinula aquatica: waterkipje (niet het waterhoen). Onder het meervoud ‘Gallinulae aquaticae’ heeft hij een hele reeks vogels, vooral steltlopers, soort na soort. “Nostri fere omnes huiusmodi aves in genere Wasserhünle, id est gallinulas aquaticas nuncupant”, doorgaans noemen de onzen al deze vogels wasserhünle, waterhoentjes (p.482). Of dat klopte, is nog de vraag, maar zijn gallinula aquatica was dan een vertaling van Zwitserduits wasserhünle. En zo zullen de Zwitsers ook wel het waterhoen hebben genoemd, of misschien zelfs voorál het waterhoen, maar Gesner dus niet.

Ook ná Gesner is gallinula een algemene naam, bijvoorbeeld bij Aldrovandi 1603 en Ray 1694. Het pást ook: diverse soorten zijn ‘kipje’ te noemen. Ralachtigen wel méér dan steltlopers, wat Brisson misschien ook dacht, en van de ‘kipachtige’ rallen is het waterhoen de bekendste. Maar Brisson sloot waarschijnlijk ook bij de Franse traditie aan: bij Belon 1555 heette de meerkoet poulle d’eau, waterkip - het waterhoen poullette d’eau, waterkipje.