Photo credit: Agustín Povedano via Visual Hunt / CC BY-NC-SA

Porphyrio Brisson 1760

De Grieken noemden een vogel porphurion: de purperkleurige. Aristoteles: donkerblauw, zo groot als een haan, lange poten, de rode snavel doorlopend tot op de kop. Dat kan alleen de purperkoet zijn.

Purper werd rond de Middellandse Zee uit een ‘purperslak’ gewonnen. Voor een gram waren vele slakken nodig, wat de kleur status gaf. Na een lange behandeling was kledij purperkleurig: donkerrood. In veel boeken staat dat de vógel naar het kleed is benoemd, maar dat is donkerblauw. Het rode zit in de kleur van de snavel, en van het voorhoofd, de bles (de poten zijn ‘gewoon’ rood). Het lijkt er daardoor op dat porphurion dáárvoor gegeven werd. Voor de kleur van het kleed gebruikte Aristoteles niet voor niets Grieks kuaneos: donkerblauw. Het misverstand wordt mooi uitgedrukt door een van de oudste kleurtekeningen van de soort, 16e eeuws, gepubliceerd in Olson 2007: ook het kleed is daar purperrood.

De Grieken kenden de purperkoet van Noord-Afrika. Volgens sommigen háálden ze er daar ook, lieten ze als siervogels los bij hun tempels. De Romeinen, schrijft Plinius, haalden ze van de Balearen, en uit Commagene (nu Zuid-Turkije). In Griekenland kan hij ook gebróed hebben. In de 19e eeuw was dat zo, al zijn er maar enkele berichten (Handrinos 1997). Tot midden 20e eeuw broedde hij op Sicilië. Temminck 1820 gaf het veel breder: hij broedt in Zuid-Frankrijk, op Sicilië, in Calabrië, Dalmatië en Hongarije, op de Ionische Eilanden, in ‘de hele Griekse archipel’, en in het Nabije Oosten.

Over de purperkoet deden ook verhalen de rondte. Het bekendste: hij is extreem jaloers en houdt getrouwde vrouwen in de gaten - ontdekt hij dat de vrouw des huizes overspel pleegt, dan hangt hij zich op. Mogelijk ontstond het verhaal door de vreemde geluiden, waarin men gejammer en andere heftige emoties horen kan. En eventueel ook door de kleuren. En door het heftige reageren op rivalen. Vergelijk in het Nederlands: paars van opwinding.