Photo credit: SteveLeoEvans on VisualHunt / CC BY-NC-SA

Lymnocryptes Boie 1826

Lymnocryptes is een gelatiniseerde samenstelling van Grieks limne: poel, moeras, en kruptos: verborgen (vergelijk cryptisch). Het bokje, waarvoor Boie de genusnaam bedacht, is zo ‘de in het moeras verborgene’. Hij broedt veelal in moerassige gebieden en is moeilijk te vinden. Vliegt pas op wanneer je bijna óp hem staat, heette in Nederland lange tijd doverik, in Franrijk la sourde, de dove - alsof hij je niet hoorde aankomen.

Opvallend is dat Boie de broedbiotoop al kénde. In zijn tijd wíst men nog niet veel van het bokje. Zo schrijft veel later Newton 1893-1896: hij broedt, “so far as is known”, alleen in het noorden van Scandinavië en Rusland, “and the first trustworthy information of that subject was obtained by Wolley in June 1853, when he found several of its nests near Muonioniska in Lapland” (p.886). Maar Boie weet al in 1826, ‘van een waarnemer ter plaatse’, dat hij “sehr häufig” broedt “in den moorigten Sümpfen” bij St. Petersburg, in veenachtige moerassen dus. Hij schrijft dit op p.127 van de Ornis, het eerste ornithologische tijdschrift, jaargang 1826 (het kwam uit in 1824, 1826, 1827). Boie noemt de vogel lymnocryptes gallinula, het gallinula van Linnaeus, zie bij lymnocryptes minimus. Uitleg over -cryptes geeft hij niet. Waarschijnlijk hoorde hij over dat verborgene óók van die waarnemer.