Wulp. Photo credit: naturalengland via Visual Hunt / CC BY-NC-ND

Numenius Brisson 1760

De oude Grieken hadden een noumenios, een 'nieuwemaanvogel', de naam wordt vermeld bij de Griekse taalgeleerde Hesychius (noumenia, ook neomenia, betekende: nieuwe maan, neos: jong, nieuw, mene: maan). Er is altijd aangenomen dat de sikkel van de wassende maan was bedoeld, de eerste fase na ‘nieuwe maan’, en de noumenios was dan een vogel met een gekromde snavel. De latinisering was: numenius.

Maar de soort? Wulp, ibis, kluut, hop? Thompson 1936: “In all probability noumenios was some bird associated with moon-worship” (p.207). In Egypte was dat de ibis, wat de Grieken wisten. Maar of die het wás?

Gesner 1555 vermoedt de wulp, numenius arquata, Hesychius namelijk noemde de noumenios in één adem met de attagas (de aziatische steenpatrijs? volgens de meesten was het de zwarte frankolijn), én met de trochilos (een steltlopersoort, zie bij phylloscopus trochilus), en van de attagas was altijd gezegd dat hij ‘poikilos’ was: bont gekleurd. Gesner: en de wulp is dat ook (“quod arquatae etiam pulchre convenit”, p.215). Hij zal ‘gevlekt’ hebben bedoeld en gecombineerd met ‘gekromde snavel’ en ‘dichtbij hoenders en steltlopers’ kom je al gauw bij de wulp. En die was het dan misschien. Ná Gesner volgt iedereen deze interpretatie.