Photo credit: Internet Archive Book Images via Visual Hunt / No known copyright restrictions

Phalaropus Brisson 1760

Brisson schrijft: “Phalarope, nom que j’ai donné aux Oiseaux de ce genre à cause de la ressemblance de leurs pieds avec ceux de la Foulque”, ik gaf de naam omdat hun voeten lijken op die van de meerkoet, de foulque, ‘die de Grieken phalaris noemden’ (VI-12). Voor phalaris zie bij het genus fulica. Het tweede lid in phalaro-pus is Grieks pous: voet, poot. De naam betekent: koetvoetige, koet-voet.

Een franjepoot heeft gelobde tenen, ongeveer zoals de meerkoet, of de fuut. Buffon 1796-1799 gebruikt het woord ervoor, over de grauwe franjepoot schrijft hij: “il a ses petits pieds largement frangés” (VIII-113). De lobben zijn zwemvliezen, huidplooien die van de vogels zwemmers maken. Wel zijn het daardoor vreemde eenden in de bijt: zwemmende steltlopers, veel op het water verkerend. De Noren noemen beide soorten swømmesnipe: zwemsnip. De Russen plavoentsjik: zwemmertje, drijvertje. Ze zwemmen op de meertjes waaraan ze broeden. Of op zee: buiten het broedseizoen leven de twee Europese op open zee.

Brisson baseert zich op Edwards, die ze als eerste heeft. Edwards 1750 heeft het over “an intirely new discover’d Genus of Birds” (p.142). Hij noemt ze ‘coot-footed’, de grauwe franjepoot coot-footed tringa, de rosse red coot-footed tringa - voor tringa zie dat genus. Edwards 1743: “the Feet border’d with scollop’d Fins, as in the Bald Coot”, de meerkoet (p.46), scollop’d fins staat voor ‘vinnen’ met gewelfde rondingen, zoals een schelp die aan de randen heeft. Ornithologen raakten er wel door in de war: ‘wat voor vogels zijn dit?’ Newton 1893-1896: “for a long while some of the best authorities thought the Phalaropes allied to the Coot” (p.711).