Photo credit: themadbirdlady on Visualhunt

Fratercula Brisson 1760

Latijn fraterculus betekende broertje, Latijn frater broer, maar bij de papegaaiduiker, fratercula arctica, is broedertje bedoeld, in de katholieke zin van ‘ongewijde broeder in een religieuze orde’, vergelijk ‘monnik’. De uitbreiding van de betekenis ontstond in de katholieke Middeleeuwen.

Er is gedacht dat het een naam was voor in kolonies leven, zoals monniken in een orde leven. Of: ‘voor het grappige uiterlijk’. Of voor: “the birds habit of clasping its feet together as though in prayer when rising from the sea” (Gotch 1981). De naam heeft te maken met het ‘habijt’, van zowel de monnik als de vogel.

Gesner 1555 ontvangt informatie over de papegaaiduiker van de Engelsman John Kay (1511-1573). Het is een tekening, met een beschrijving van het zomerkleed, maar er zit geen naam bij. Gesner zet de beschrijving bij de tekening van een of andere eend of gans, en neemt fratercula, door hemzelf voor deze vogel bedacht, niet in de index op. Naam en uitleg waren hierdoor niet makkelijk te vinden, wat aan het ontstaan van de speculaties bijdroeg.

In plaats van op fratercula had Gesner op puffinus kunnen komen, zie zijn puffinus anglicus bij de noordse pijlstormvogel, puffinus puffinus, maar hij ziet geen verband tussen de twee en heeft daardoor, én door Kay, geen naam voor de vogel, en hij bedenkt iets: ‘gezien wit lijf, zwarte mantel, dito capuchon’, het zwarte boordje en een vrijgelaten gezicht - de kleurrijke snavel uit de beschrijving van Kay noemt hij niet - ‘kun je hem fratercula marina noemen’, broedertje van de zee, voor het habijt dus (de vrouwelijke vorm fratercula is niet erg duidelijk: had hij avis fratercula marina in zijn hoofd? avis, vogel, is vrouwelijk). In en na de katholieke Middeleeuwen kwamen in vogelnamen nogal wat geestelijken terecht: monnik, pastoor, kloosterzuster, non (bij het nonnetje, mergellus albellus, en bij nog andere soorten), en ook de protestantse dominee, bij de papegaaiduiker bijvoorbeeld zit IJslands prestur: dominee. Vaak ging het in deze namen om het habijt, maar bij de monniksgier om de kap, zie bij aegypius monachus.

Maar, vervolgt Gesner, ik bedoel fratercula schertsend: “Et rursus, hanc avem ioco fraterculam vocavi” (p.768), Latijn iocus, Engels joke (en dáárdoor zat de naam niet in de index). “Serio”, ‘in ernst’, zo gaat hij verder: zolang er geen geschikte naam is, kun je hem pica marina noemen: ekster van de zee. En dát heeft hij vervolgens als zijn officiële naam. Wel, net als ‘broedertje’, voor het zwart-witte. Houttuyn 1763 vertaalt met een Nederlands zee-aakster.

Maar Brisson haalt fratercula naar voren en zo regeert dan toch de scherts, wat ook bij geen andere Europese vogel beter past, bij snavel, gezicht en gedrag.