Photo credit: tk-link on Visualhunt / CC BY-NC-SA

Haematopus Linnaeus 1758

Op grond van Grieks haima: bloed, later ook bloedrode kleur, en Grieks pous: voet, poot, wordt haematopus meestal uitgelegd als roodpoot, vogel met bloedrode poten. En dat betékent de naam ook, maar de scholekster, haematopus ostralegus, heeft lichtroze poten, geen bloedrode (wel een rode snável, waarbij haematorhynchos zou kunnen passen: roodsnavel). Wat hier aan de hand is: haematopus is een verkeerd geïnterpreteerd himantopus van Plinius (waarschijnlijk de steltkluut, himantopus himantopus, zie aldaar) en ná die verkeerde interpretatie komt de naam ook nog bij een andere sóórt terecht, bij de scholekster. Twee keer fout dus.

In een commentaar op Plinius schrijft Hermolaus Barbarus 1492-1493 dat himantopus, riempoot (lees: langpoot), als haematopus gelezen moet worden. Want Plinius had het over rode poten, hoewel Hermolaus er waarschijnlijk óók op kwam doordat hij zich bij een riempoot weinig kon voorstellen (en misschien speelde ook een rol: in een handgeschreven tekst kan men voor himantopus makkelijk haematopus lezen). Gesner 1555 gaat mee: “Apud Plinium [...] haematopodis avis”, bij Plinius haematopus, ‘maar sommigen lezen liever himantopus’ (p.369). Elders, bij himantopus zelf (maar door Gesner dus als haematopus opgevat), gaat hij na welke sóórt die als ‘roodpoot’ opgevatte vogel van Plinius dan misschien was. Hij verwerpt de tureluur en de heremiet-ibis, houdt de scholekster over, op grond van een beschrijving uit een Franse bron. Op de steltkluut komt hij niet: op onze en zijn hoogten was deze niet bekend (maar in 1585 heeft hij hem ineens toch, ‘dus’ uit een Zuid-Franse bron).

Belon 1555 combineert himantopus en haematopus tot haemantopus, en denkt net als Gesner dat het de scholekster was, ‘die de Fransen pie de mer noemen’, zee-ekster. De te rode snável was voor Belon mogelijk geen probleem doordat hij een scholekster in het eerstezomerkleed voor zich had: de snavelbasis rood, de snavelpúnt donker. Voor de genusnaam haematopus baseert Linnaeus zich later op Belon, mogelijk omdat hij deze hier helderder vond dan Gesner.

Door Aldrovandi 1603 komt himantopus toch nog bij de steltkluut terecht. Als Noord-Italiaan kent hij hem, heeft een goede beschrijving, en twee tekeningen (een mannetje en een vrouwtje). Hij schrijft: ‘ík lees himantopus, dat wil zeggen: riempoot’. De scholekster noemt hij haematopus, beter: haematopus bellonii, de roodpoot van Belon.