Thomas Bewick 1797, houtduif. Photo credit: Internet Archive Book Images on VisualHunt.com

Columba Linnaeus 1758

Voor de naam zelf zie bij columba palumbus.

-

Enkele andere algemene namen voor de duiven (de codes zie op Home):

(U) Frans colombe, uit Latijn columba, maar vaker gebruikt men pigeon zie hieronder. In het Italiaans is het colombo, Christoffel Columbus, Italiaan, heette Cristoforo Colombo. Russisch goloeb’, ook voor deze zie bij columba palumbus. Tsjechisch holub hoort hier ook, schrijft Holub 1967.

(G) Engels pigeon, ontleend aan Frans pigeon, begin 13e eeuw was er: “deus pijons de colons”, ‘twee jongen van de duif’, pijon uit Volks Latijn pipio, het jong van een vogel, in het bijzonder van een duif, de naam uit Latijn pipire: piepen, ‘pieper’ dus, wat véél jongen zijn, maar duiven ‘hield’ men. Vergelijk: in Limburg is er in diverse plaatsen pieper, voor de jonge duif. Zie trouwens ook vipio bij anas penelope, Engels wigeon .. In de handel had men het liefst de jonge vogels en zo begon de ópmars van Frans pigeon: de naam verdrong het oudere coulon, coulomb, deze twee uit Latijn columbus. En in Engeland, vanaf de 16e eeuw, verdrong pigeon het oudere dove ..

(?) Nederlands duif, Engels dove, Duits taube, Zweeds tuba, enzovoort, de naam alleen Germaans. Vaak is klanknabootsing geopperd, door het oorspronkelijke OE in de naam, vergelijk Oudhoogduits tûba, Saksisch doeve, tegenwoordig wordt dit betwijfeld. Anderen hebben ‘kleur’ verondersteld, donkere vogel dan, of de doffe (en in diverse namen voor duiven zít kleur, zie bij de soorten), en ook is gedacht aan een verband met Oudengels dūfan: duiken, maar het ‘Etymologisch Woordenboek van het Nederlands’ (2003-2009) heeft als conclusie: “Gezien de geringe verspreiding en het betekenisveld moet eerder gedacht worden aan een substraatwoord” (substraat: onderlaag, een oudere taal in een gebied, waaraan de huidige bevolking woorden ontleende; is de substraattaal niet-verwant, dan is de betekenis van een woord meestal niet te achterhalen). Kroonen 2013 echter onderbouwt de verbinding met dūfan toch. Weekley 1952 had al: dove “probably cognate [verwant] with ‘dive’, from dipping flight”, de naam dan: duiker .. Houtduif en zomertortel gaan in de baltsvlucht omhoog, zeilen met stijf gehouden vleugels weer naar beneden. Men kan er duiken in hebben gezien, en in de beweging naar boven de aanzet tot duiken. Een volksnaam voor dit gedrag lijkt echter niet te vinden. Misschien was duif dat dan.