Photo credit: goingslo via Visual hunt / CC BY-NC-ND

Sturnus Linnaeus 1758

Bij de Romeinen was sturnus de vogel die de Grieken psar noemden, vrij zeker de spreeuw - voor psar zelf zie bij de genera parus en passer. Etymologen denken dat sturnus verwant is met Duits star, Oudnoords stari, Fries staring, Engels starling, alle: de spreeuw. Over de betékenis van de naam is men verdeeld.

André 1967 ziet sturnus ontstaan uit een *stor-nos: de gesterde, voor het gespikkelde winterkleed. Méér etymologen denken aan ‘geluid’. Kluge 1967 herleidt tot een klanknabootsend *stor(n)os. Lockwood 1984 geeft voor alleen de Germaanse groep een ouder *staran-, uit een klanknabootsend star-. Nielsen 1989 komt voor de Germaanse groep via *star- op een Indogermaans *storos dat via een nevenvorm *stornos tot sturnus leidde, en ook tot stern, zie het genus sterna. Desfayes 2000 tot slot veronderstelt voor ál de namen een wortel (s)t-rn-.

Nielsen denkt dat aan alle een t-r ten grondslag ligt, wat de geluiden van betreffende vogels weergaf. Bij de sterns past dit bij de vele tirr-geluiden. Bij de spreeuw zou het ook kunnen passen: bij het tsjieeer of sjtäärrr, de bekendste roep.