Photo credit: ajmatthehiddenhouse via VisualHunt.com / CC BY-NC

Erithacus Cuvier 1800

Erithacus is een latinisering van Grieks erithakos, bij Aristoteles de naam van een zangvogel, maar zijn omschrijving is een cryptogram: ‘in de zomer heet hij phoinikouros, in de winter erithakos’.

Door Grieks phoinix, rossig, is gedacht aan de rode rotslijster en de rui naar het winterkleed, maar phoinikouros betekent roodstaart, zie bij phoenicurus phoenicurus, en juist ná de rui is bij de rode rotslijster de rode staart een belangrijk kenmerk, bovendien: hij trekt weg. Maar als men nu eens van twéé vogels uitging: ze moesten dan op elkaar lijken en even groot zijn. Bij phoinikouros passen zwarte roodstaart en gekraagde roodstaart (nachtegaal of rosse waaierstaart minder) en Arnott 2007 stelt, ook op grond van ook andere Griekse schrijvers, dat erithakos waarschijnlijk de roodborst was, phoinikouros de gekraagde roodstaart. In Griekenland is de gekraagde roodstaart een zomervogel, de zwarte roodstaart een jaarvogel. De roodborst is er idem jaarvogel, maar aan Griekse kusten vooral wintervogel en in de herfst waagt hij zich dicht bij mensen. Belon 1555 gebruikt dit al om uit te leggen (maar uitgaand van Frankrijk) dat Aristoteles gelijk had: ‘in de zomer zitten de roodborsten in het bos, zie je ze niet veel, in de herfst komen ze bij de mensen, en zingen ook nog - de gekraagde roodstaarten zijn dan weg, terwijl deze juist in de zomer dichter bij de mensen zitten’.

Turner 1544 is de eerste die in de erithakos de roodborst ziet en in phoinikouros de gekraagde roodstaart. Hij kent beide goed, beschrijft ze uitvoerig en weet al hetzelfde als Belon, dat over zomer en winter. Voor de interpretatie ‘roodborst’ zal trouwens geholpen hebben dat Gaza 1476 - die phoinikouros vertaalde met ruticilla: roodstaart - erithakos vertaalde met rubecula: ‘de roodachtige’ (meer hierover bij erithacus rubecula), en rood en winter brengen het denken dan al gauw richting roodborst. Voor ‘gekraagde roodstaart’ zal geholpen hebben dat in Engeland toen voor ‘roodstaart’ alleen de nachtegaal een concurrent was en de gekraagde roodstaart is van die twee de opvállende roodstaart.

Gesner 1555 enzovoort nemen over wat Turner dacht en later leidt dat tot de genera erithacus en phoenicurus.

Over de etymologie van erithakos schrijft Chantraine 1986 dat de naam afgeleid lijkt te zijn van Grieks erithos: bediende, dagloner, gehuurde arbeider. ‘Maar waarvoor stond dat dan?’ Misschien voor dit: dat in Griekenland de roodborst een van de meest gekozen waardvogels van de koekoek is, dat hij als een gehuurde arbeider de eieren ervan uitbroedt. Eierrapers zullen dat vaak genoeg hebben vastgesteld.