Luscinia megarhynchos. Photo credit: Rob Zweers on Foter.com / CC BY-ND

Luscinia Forster 1817

Over Latijn luscinia is door Romeinen zoveel geschreven dat de identificatie duidelijk is: de nachtegaal. Plinius beschrijft de zang zelfs zo levendig dat je de vogel fluiten hoort. De nachtegaal is er ook altijd om bejubeld. Plinius weer: wat mensen op de beste muziekinstrumenten voor elkaar krijgen, zit ook allemaal in zijn kleine keeltje.

De naam zelf is nog steeds niet echt verklaard, hoewel het in de meeste etymologieën om de zang gaat. Glardon 1997 oppert dat het een klanknábootsing zou kunnen zijn, waarbij hij waarschijnlijk dacht aan het opvallende lu-lu-lu in hun zang. Vaker opperde men een verband met Latijn luscus. Ernout 1959: luscus is alleen bekend in de betekenis eenogig, of: aan één oog blind, maar de ervan áfgeleide woorden betekenen: die bijziend is, of die in de avond slecht ziet (Pitiscus 1738 heeft bij Latijn lusciosus: “die ‘s avonds en ‘s morgens byna niet, en op den dag heel weinig ziet”), en luscinia is dan, hoewel bij Ernout met enige aarzeling: vogel van de schemering, van de tijd dat men niet goed ziet. En hij héét dan zo omdat hij in de schemering zingt - een etymologie die onder andere Belon 1555 al noemde.

André 1967 gaat uit van *lusci-cinia, “qui chante le soir”, ‘die in de avond zingt’ (of geluid maakt), lusci- gebaseerd op *luscum, de avondschemering. De nachtegaal zingt dag en nacht, maar ‘s avonds vallen de meeste andere vogels stil, en dan valt hij meer op, bovendien zijn de beroemde 'fluitstrofen' er vooral 's nachts (De Vos 2021, 'Ode aan de Nachtegaal'). Opmerkelijk is, bij deze etymologie, de parallel met nachtegaal: ‘die in de nacht zingt’ (of lawaai maakt), in nachtegaal zitten de ‘nacht’ en een Germaans *galan-: zingen, vergelijk Middelnederlands galen: lawaai maken. Zie trouwens ook bij het genus delichon.

De Vaan 2008 noemt een vorm *lusci-cania, zingend in de nacht, of: blinde zanger, maar acht de verklaring speculatief. Als alternatief geeft hij dat luscinia misschien gebaseerd is op *lusk-e/on-: de blinde. Voor zingen in de nacht, als met niets ziet?

Men kan ook opperen dat luscinia een naam is voor het grote zwarte oog, gezien luscus: eenogig. Maar het oog lijkt in geen enkele taal tot een naam te hebben geleid. En de lentezang in de avond maakte wél indruk, véél indruk. En de meeste etymologieën gaan daarover.