M. striata (Seaby). Photo credit: BioDivLibrary via VisualHunt.com / CC BY

Muscicapa Brisson 1760

Muscicapa is letterlijk: ‘die vliegen vangt’, vliegenvanger dus. Latijn musca: de vlieg, -capus: die vangt, capere: pakken, grijpen, vangen. Vergelijk pisci-capus: die vissen vangt, of urbi-capus: die steden inneemt.

Van Cantimpré ±1240 bedenkt de naam. Om een of andere reden ontbreekt bij hem caprimulgus, de naam van de Romeinen voor de nachtzwaluw, zie dat genus, maar hij heeft wel de sóórt, en noemt hem muscicapa. De grootte van een duif, de kleuren van een valk, korte poten, trage vlucht, en bij een nogal kleine snavel een mond zoals geen enkele andere vogel, zodat hij makkelijk vliegen vangen kan - “capere potest muscas” (p.215). Het is de eerste correcte beschrijving.

Van Maerlant ±1266 vertaalt muscicapa met vlieghenvangher, waardoor déze naam ontstaat - later gevolgd door Engels flycatcher, ook vertaling ervan. Maar muscicapa blijft niet beperkt tot de nachtzwaluw. En ook vliegenvanger wordt een algemene naam.

Gesner 1555 schrijft dat Albertus ±1260 muscicapa voor de bijeneter had, waarbij de naam óók al past. Voegt toe: ik vermoed dat Albertus dit op eigen gezag doet - “Alberto eadem avis muscicapa nominatur, ut suspicor, sine authore” (p.575). Maar Gesner interpreteerde ook op eigen gezag, want onder “Muscicapae aves” heeft Albertus wat Van Cantimpré had, de nachtzwaluw. Albertus nam veel van hem over.

Door Aldrovandi 1600, en ook enkele anderen, komt muscicapa bij de zangvogels terecht, bij diverse soorten, hoewel nog niet bij wat nu muscicapa en ficedula zijn, lang dé vliegenvangers (tegenwoordig is de familie veel groter: de Muscicapidae). En de betekenis van de naam wordt ruimer: meer insectenvanger dan alleen vliegenvanger, en onder de vogels zíjn er nogal wat een ‘insectenvanger’.

Het is door Brisson, dus vrij laat, dat muscicapa bij de vliegenvangers komt. In het bijzonder bij de grauwe vliegenvanger, zijn ‘type’ in het genus, dé vliegenvanger.