Photo credit: josefskrhola via Visual hunt / CC BY-NC-SA

Iduna Keyserling & Blasius 1840

Vale spotvogel en kleine spotvogel zaten ooit in het genus hippolais, kwamen daarna in acrocephalus, zitten nu in iduna. Keyserling en Blasius geven het genus voor de kleine spotvogel, geen uitleg van de naam. Jobling 2010: “perhaps from L. idoneus appropriate, suitable, or Gr. idou behold, or a phonetic rendering of Gr. aedonis nightingale”. De nachtegaal speelde inderdaad misschien een rol, maar heel anders.

Er is een meisjesnaam Iduna, een gemoderniseerde vorm van Iðunn, in de Noordse mythologie de godin van de eeuwige jeugd. Als ze naderde begon de natuur er op haar lieflijkst uit te zien, en in een toverdoos had ze wonderbaarlijke appels: wie er kreeg, ontving lieflijkheid en eeuwige jeugd. De goden bleven op deze manier jong.

In “Noorsche Mythen” rond 1910 legt H. A. Guerber bij Iðunn een link met Orpheus (voor die zie de orpheusspotvogel, meer nog sylvia hortensis, de orpheusgrasmus): zoals Orpheus niet zonder Eurydice kon - zónder haar zwegen zijn zangen - zo kon Bragi, de dichtersgod van de Noordse mythologie, niet zonder Iðunn. Keyserling en Blasius hebben na elkaar de genera Lusciola, voor de nachtegalen (bij Middeleeuwse troubadours de nachtegaal een toonbeeld van de liefde), Iduna, met de kleine spotvogel als het ‘type’, en Melodes, vergelijk melodie, en daarin motacilla calliope van Pallas als het type (de moeder van Orpheus was de muze Kalliope). Dit door elkaar van thema’s en verbanden inspireerde hen wellicht tot de introductie van iduna.