9629534646_1ec59fc7ea Photo Credit: Michele Lamberti Flickr via Compfight cc

Tachybaptus Reichenbach 1853

In tachybaptus zitten Grieks tachus: snel, en bapto: onderdompelen. De naam kan vertaald worden met snelle duiker, of de snel duikende. Het is de genusnaam voor een groepje kleine futen waarvan de dodaars het Europese lid is. De dodaars, waarop Reichenbach de naam entte, is ‘snel gezonken’, is in een ommezien onder water.

Maar ook enkele andere watervogels duiken goed. Bijvoorbeeld: de duikers. Sommige zijn er naar genoemd. Voor alken, futen, duikers, duikeenden gebruikte men onder andere mergus: duiker, zie dat genus, urinator: duiker, eudytes: goede duiker, en colymbus: van oorsprong waarschijnlijk verwant met columba, zie dat genus, en later opgevat als duiker – het is een latinisering van Grieks kolumbis, kolumbos, mogelijk juist vooral de dodaars.

Reichenbach wilde toch dit gedrag benoemen en bedoelde tachybaptus dan waarschijnlijk als variant op al deze namen. Sloot zo ook bij de traditie aan: er was altijd bewonderend gekeken naar het gemak waarmee de dodaars duikt. Belon 1555 al noemt hem een “si habile plongeur”, een ‘zo behendige duiker’ (p.177). En bij Gesner 1555 heette hij düchelin: duikertje - vergelijk bij het genus mergellus. In het Oudengels heette hij volgens Kitson 1997 doppe: duiker – waarschijnlijk ook een naam voor andere duikers - waarmee de cirkel weer rond is: vele soorten duiken snel en goed.