Koolmees. Photo credit: Enrique Barreiro via Visualhunt / CC BY-NC-ND

Parus Linnaeus 1758

Bij de Romeinen was er een vogelnaam parra, ook geschreven als parrus. Geen mees, gaat er later wel op over. Coomans 1947: “Latijnsche gedichten uit de 10de en 11de eeuw gebruiken voor mees het woord parrus” (p.24). Parus - foute schrijfwijze? - verschijnt bij Gaza 1476, als zijn vertaling van Grieks aigithalos: mees, zie bij de koolmees, parus major. Tegenwoordig zijn er voor diverse mezen nog Italiaans parra en paronzino, Spaans paro en parosolino.

Als soort zijn vooral uilen en nachtzwaluw genoemd, want parra voorspelde onheil, bij Pitiscus 1738: “Zekere vogel van een quaad voorbediedzel”, slecht voorteken. In de vogelwichelarij gebruikte men graag ‘angstaanjagende’ soorten, vooral vogels van de schemering, ‘enge’ geluiden, spookachtige vlucht, waarbij men ook nog denken kon dat het dolende zielen waren. Plinius schrijft dat de vogel er mei-juni-juli is, een andere Romeinse bron dat het een nachtvogel is, met een geluid ‘dat niemand behagen kan’. Misschien de nachtzwaluw? Gezien de RR kan parra een naam zijn geweest voor hun snoRRende, eindeloze errrrr-örrrrr. Voor de P vergelijk misschien het Engelse werkwoord purr voor het snorren van katten.

Maar André 1967 herleidt tot een Latijn *par(e)sa, waarin een Indogermaans *sper- of *spar-, waaruit dan weer Grieks psar: spreeuw en Oudhoogduits sparo: mus. Uit sparo ontstonden Duits spatz en sperling, en verwant is dan ook Engels sparrow: mus (en Nederlands spreeuw?). De Vaan 2008 noemt ook Grieks sporgilos en Oudpruisisch spurglis, beide: mus. Een betekenis levert het niet op - zou kunnen zitten in wat bij het genus passer staat, maar is ook dan niet eenvoudig te vinden (parus een variátie op passer, op bijna even kleine vogels overgegaan? mus is etymologisch zoiets als ‘kleintje’, en alom zit hier ‘mus’).

De Vaan: de namen zijn misschien aan een niet-Indogermaanse taal ontleend. Over een betekenis valt dan meestal niets te zeggen. Beekes 2010 weet óók geen betekenis, maar acht het denkbaar dat de groep toch Indogermaans is. Een klanknabootsing noemt niemand.

De transfer van parra naar de mezen is natuurlijk vreemd: aan mezen is weinig engs. Als men mag uitgaan van een klanknabootsing, of als mensen dáchten dat het dat was, dan zou de koolmees het bruggetje kunnen zijn geweest, de mees die in zijn rijke repertoire diverse RRollende schettergeluiden heeft.