Photo credit: BioDivLibrary via VisualHunt.com / CC BY

Aegithalos Hermann 1804

Hermann heeft de staartmees, nu aigithalos caudatus, onder een voorzichtig “Pipra ? europaea”. ‘In de snavel lijkt hij het meest op een pipra’ (een van de manakins? bij Cuvier 1816 staat pipra europaea in ieder geval vertaald met manakin d’Europe), ‘maar in de tenen lijkt hij er níet op’ - en waarschijnlijk daarom eindigt Hermann zijn stukje met: “Si novum genus mereatur, Aegithalos vocari poterit”, ‘Als hij een nieuw genus verdient, kan hij aegithalos worden genoemd’ (p.214). Geen uitleg van zijn keuze.

Bij Aristoteles is aigithalos een algemene naam voor mees, zie ook bij de koolmees, parus major. Als een van drie heeft hij daarbij aigithalos oreinos: bergmees (Grieks oreinos: op de bergen wonend, oros: berg). Het is een mees met een lange staart. Als bezwaar tegen de determinatie ‘staartmees’ is wel aangevoerd dat dit geen bergvogel is, maar voor Griekenland geeft Handrinos 1997: “they are commonest in hilly areas and at moderate altitudes, from 200 to 1000 m” (p.267); de andere kandidaat-langstaart, het baardmannetje, komt niet in de bergen voor, ook niet in Griekenland.

Zonder van voorkomen op bergen te weten, noemt men de staartmees later parus monticola, vertaling van aigithalos oreinos. En op de eerste kleurtekening, gepubliceerd in Olson 2007, staat montiparus, idem bergmees. Hermann weet wél van de bergen: ‘Een jager zei dat het een mees was, en dat hij in bergbossen leeft’. Koos hij daarom aegithalos? Maar dat was een algemene naam ... In elk geval vond hij dat parus, het genus waarin de staartmees altijd zat, niet meer kon: ‘de snavel is niet die van een parus’. Misschien vond hij wél dat de vogel dicht tegen de mezen aanzat, wat men ook tegenwoordig denkt, en wilde hij dát met het algemene aegithalos uitdrukken: ‘een mees, maar anders’.

Van aigithalos, ook aigithallos geschreven, bestaat geen etymologie. Beekes 2010: het woord moet van een niet-Griekse taal overgenomen zijn. Hij schrijft dit bij aigithos, de naam van een niet te bepalen vogel, waarvan aigithalos een afleiding was, vergelijk voor de kuifleeuwerik het Griekse duo korudos en korudalos. Chantraine 1968: misschien was aigithos de kneu ... De etymologen zijn het er wél over eens dat aigithalos niet gerelateerd is aan aigothelas: geitenzuiger, zie bij het genus caprimulgus. Men haalde deze namen natuurlijk makkelijk door elkaar.