Photo credit: BioDivLibrary via VisualHunt / CC BY

Remiz Jarocki 1819

Remiz is een Poolse naam voor de buidelmees, teruggaand op Rzaczynski 1721, waar hij in deze vorm voor het eerst staat. Jarocki en Rzaczynski waren Pools.

Rzaczynski maakte van remiz zijn officiële naam, omdat er geen Latijnse was, “avem sic appellamus patrio idiomate, quia Latinum nomen desideratur”, (p.294). Een oudere vorm remis stond in Buonanni 1709.

De etymologie van de naam is niet erg duidelijk. Pallas 1811, bij Russisch remes, interpreteert de naam als ‘meester’: “Rossice Rémes i.e. Artifex”. Latijn artifex: meester, vakman. “Nidos mirabiles [...] contexit artificiosissime”, het wonderlijke nest, meesterlijk gevlochten (I-429). Hij zal gedacht hebben aan Russisch remeslo: ambacht, remesnik: ambachtsman. Het probleem is misschien dat het Pools rzemiosło heeft, de rz de klank van Frans je: ik (zoals ook in Rzaczynski). Deze rz gaat etymologisch gezien in het algemeen wel terug op een r, maar er zijn geen aanwijzingen dat remiz erg oud is. Bovendien verwacht je dan voor later *rzemiz. Tot slot: vrijwel alle Poolse woorden met re- komen uit een westerse taal, vaak het Duits, meer nog het Frans.

In zijn Russisch etymologisch woordenboek van 1964-1973 stelt Vasmer dat de naam ontleend is aan Duits rietmeise. Hij zal bedoelen dat rietmeise makkelijk als remiz kon worden uitgesproken. Het probleem is hier dat voor de buidelmees geen oud rietmeise opgetekend lijkt - er staat er wél een in een heruitgave van Pallas ‘Reise’, maar die was van 1777 - de naam moet ouder zijn geweest om een kandidaat te kunnen zijn. Ook kwam de buidelmees in het Duitsland van toen nauwelijks voor, zodat de vraag is of hij ooit zo’n naam hád - maar Silezië was wel de uitzondering ... Vasmer citeert ook een etymologie die verbond met Sloveens romon: geprevel, IJslands romur: stem. Hij is er niet enthousiast over.

En dan is er nog de uitleg römisch, bij Titius 1755: ‘ik vermoed dat remiz römisch betekent, dat wil zeggen avicula romana, Romeins vogeltje’ (p.12). Titius dacht dat de buidelmees ooit vanuit Italië naar Polen enzovoort opgerukt was. Er waren inderdaad Italianen die hem hadden: Buonanni 1709 (maar hij had zijn informatie uit Polen), Cajetan Monti zonder jaar (‘nestelt bij Bologna’), en een nést bij Aldrovandi (zie bij remiz pendulinus). Kinzelbach 2002 sluit bij Titius aan: remiz betekent römisch, “weill nach allgemeiner Ansicht [van toen] der Vogel fremd und aus dem Süden, aus dem Römischen Reich, gekommen sei” (p.80). Maar hoe ‘algemeen’ wás dat inzicht? En was dit hét verhaal, of zit er ‘volksetymologie’, iets interpreteren omdat het ergens op lijkt. Herhalen wat Titus zei is niet zómaar een bewijs.

Zeker is dat boeren in Polen en Rusland de vogel goed kenden: ze gebruikten de nesten als medicijn tegen gezwellen, róókten ermee (vlees?), en droegen ze in strenge winters als schoeisel. Waarschijnlijk zouden zij ‘meester’ als etymologie aangewezen hebben. Misschien gáven zij de naam.