Photo credit: AlexandreRoux01 on Visual Hunt / CC BY-NC-ND

Hydrobates pelagicus (Linnaeus 1758: Procellaria pelagica). Eng. storm petrel. Ned. stormvogeltje.

Linnaeus' procellaria pelagica betekende: zeestormvogel (Latijn pelagus was de zee, pelagicus was: van de zee). Van de zee is een treffende aanduiding voor stormvogels en stormvogeltjes, het grootste deel van het jaar zijn ze op de zeeën en oceanen, aan land komen ze alleen om te broeden. In 1758 kent Linnaeus drie van de stormvogels en stormvogeltjes en de Europese daarvan, het stormvogeltje, noemt hij pelagica. Waarschijnlijk was het stormvogeltje voor hem het prototype van de soorten, reden om juist deze zo te noemen.

Ook voor het stormvogeltje gaf Linnaeus het genus procellaria, in 1746. Vrij vertaald betekent de naam: stormvogel (Latijn procella: stormwind). Linnaeus schreef: “instante procella proram puppemque navium petens”, ‘bij naderende storm naar voor- en achtersteven van schepen trekkend’ (p.93). De oudste naam voor het stormvogeltje lijkt stormfinck bij Clusius 1605 te zijn, ‘vink’ vanwege “passere paulo major”, ‘ietsje groter dan de mus’ (p.368). Indruk maakte dat dit kleintje in zijn element leek te zijn boven de onmetelijke watermassa's, en dat hij stormen trotseerde (of bij een storm ineens opdook bij een schip, wat zeelui bijgelovig maakte, zie bij witch verderop).

Bij Albin 1738 staat de waarschijnlijk oudste kleurtekening van het stormvogeltje, met Engels petrel daarbij (voor die naam zie bij hydrobates), maar de oudste beschrijving lijkt een Griekse te zijn, zie bij het genus cepphus. Later is er Plinius: bij de zwaluwen noemt hij er een die men op zéé ziet: ‘hoe ver een schip ook van de kust is, deze zwaluwen vliegen er omheen’. Het stormvogeltje wordt vaak vergeleken met de huiszwaluw. In 1746 had Linnaeus hem zelfs nog bij de zwaluwen stáán.

-

Enkele andere namen voor het stormvogeltje (de codes zie op Home):

(U) Engels little peter, een naam voor het kleine (voor peter zie Petrus, bij het genus).

(U) Spaans sietearrobas, een naam in Galicië, letterlijk is het: zeven (siete) arroba’s, de arroba was een gewicht van ruim 11 kilo en het stormvogeltje woog dan 80 kilo .. een naam dus voor het lichte, het tere (‘par antiphrase’, zou Buffon zeggen, zie Frans bœuf voor de winterkoning, troglodytes troglodytes, ook zo’n zwaargewicht).

(U) Frans diable: duivel, een naam voor het donkere, maar ongetwijfeld ook voor wat hieronder bij witch staat.

(G) Spaans baglarin: ballerina, omdat hij dansend over de golven gaat. Iers (Gaelic) guairdeall, wat als gewoon woord 'het fladderen' betekent, 'het rondhangen'. Voor dit gedrag zie bij hydrobates.

(G) Engels witch: heks, en Nederlands malefijtje, letterlijk: boosdoener, beide staan voor: ‘boze geest’. Op zeeschepen schrok men als ze ineens opdoken, men dacht dat ze storm aankondigden, deze misschien wel ‘veroorzaakten’ (‘slecht doen’, Frans mal faire, Latijn malefacere: kwaad doen). Bij hun ‘lopen over water’ dacht men misschien dat het om hekserij ging. En gezien het donkere en het plotselinge opduiken dacht men ook dat het zielen van gestorven zeelui waren, zeelui die slecht waren geweest (Russisch katsjoerka hoort hier waarschijnlijk ook, zou samenhangen met okotsjoeritsja: doodgaan). Moeilijk na te gaan is in welke mate het bijgeloof verbreid was, waarschijnlijk waren er ook genoeg realisten onder de zeelui.

(V) Zweeds sjöpink, sjö is de zee, pink is waarschijnlijk spink: mus, en dan gaat het om ‘kleintje op zee’, vergelijk ‘stormvink’ hogerop. Het was een naam aan de kust van Bohuslän, waarschijnlijk dan bij Zweedse zeevaarders. Op Sicilië is er rinninuni di mari: zeezwaluw (Latijn hirundo, zwaluw, gaf Italiaans rondine en vele lokale varianten) (Latijn mare is de zee). Vergelijk Plinius hogerop (niet het 'zeezwaluw' bij sterna hirundo).