A. Thorburn. Photo credit: BioDivLibrary via Visual Hunt / CC BY-NC-SA

Ardea cinerea Linnaeus 1758. Eng. grey heron. Ned. blauwe reiger.

Latijn cinereus betekende askleurig, ook wel: grijs. De blauwe reiger is dus een ‘askleurige’, een vogel met de grijze kleur van de as van een sigaar (Latijn cinis: as). Naar de blauwgrijze bovenkant is hij in vele talen benoemd, hoewel in oudere namen vaker naar het grijze dan naar het blauwe. In Nederland was er in 1363 grauwe reyger. Belon 1555 had Frans heron cendré: askleurige reiger, en heron gris. Gesner 1555 schrijft dat hij vaak alleen ‘reiger’ wordt genoemd, maar dat soms ‘grauw’ en ‘blauw’ worden toegevoegd (“aut cinereae coeruleaeque cognomen adijcitur”, p.205). ‘De Duitsers noemen hem grauwer reiger en blauwer reiger’. Gesner zelf noemt hem ardea cinerea, een naam die via Ray 1694 bij Linnaeus terechtkomt. De nadruk op grijs is terecht: de bovenkant is eerder grijs dan blauw, bovendien maakt de vogel vaak algeheel een grijze indruk, in het bijzonder bij grijs weer. Maar grijs doet ook tekort aan de rest van de kleuren, zeker in de lente.

‘Asgrijze reiger’ gaat via Plinius terug op Aristoteles. Deze had Grieks erodios pellos, 'loodkleurige', dus donkergrijze reiger (voor erodios zie bij ardea). Gezien de kleur kon ook de kwak, nycticorax nycticorax, maar Aristoteles schrijft dat hij overdag actief is: de kwak jaagt vooral ’s nachts.

-

Enkele andere namen voor de blauwe reiger (de codes zie op Home):

(U) Engels crane: kraan (de kraanvogel). Voor de kraanvogel was het een klanknaam (zie bij grus grus), voor de blauwe reiger werd het er een voor het kleed, door de globale gelijkenis van de twee vogels. Lockwood 1984: in enkele regio’s van Engeland broedden ooit kraanvogels (tot eind 17e eeuw), in andere regio’s werd crane een naam voor de blauwe reiger. In de Verenigde Staten werden crane en blue crane volksnamen voor de op ardea cinerea lijkende maar grotere ardea herodias (en blue crane is dan op zijn beurt weer, in Zuid-Afrika, een naam voor: een kraanvogel, grus paradisea).

(U) Provençaals serpatié, waarschijnlijk een naam voor de ‘slangenhals’, vergelijk Frans serpent: slang. In Tsjechië is er volavka, volgens Holub 1967 een afleiding bij Tsjechisch vole: krop, en dan is ook dit een naam voor de gekromde hals. Het lánge van de hals gaf onder andere Engels longnix: langnek (“The longnix, the grey predator, stands stock still on the river bank”).

(G) Welsh crehyr, een van vele namen voor het rauwe geluid. Voor dat geluid zelf zie bij het genus egretta, waar ook de etymologie van reiger en heron staat.

(G) Russisch tsaplja, met variaties erop in enkele andere Slavische talen (in Rusland zijn er diverse dorpen die Tsaplino of Tsjaplino heten, en Charlie Chaplin had zijn familienaam van tsaplja). In één etymologie betekent tsaplja ‘grijper/pakker’, voor hoe hun snelle snavel toeslaat, in een andere is het, vrij vertaald, ‘stapper’, voor de bedachtzame gang. De eerste van de twee lijkt iets meer stemmen te krijgen.

(G) Italiaans perdigiorni, een naam bij Genua, voor alle reigers, maar waarschijnlijk vooral voor de blauwe: de vogel ‘verliest de dag’ (giorno: de dag, perdere: verliezen), zodat het een naam is voor hoe hij bewegingloos bij het water staat - in de ogen van sommige mensen: zijn dag verdoet. Er is een oudere vorm in het Latijn, dieperdulus, waarin hetzelfde zit, maar in omgekeerde volgorde (Latijn dies: de dag).

(G) Iers (Gaelic) iascaire: visser. Roemeens pescar en Spaans pescadora: visser (Latijn piscis: vis, piscator: visser). Officieel Deens fiskehejre: visreiger. Duits fischreiher, in Bechstein 1793. De blauwe reiger eet veel vis.

(V) Nederlands reiger, omdat hij door het veelvuldige en openbare voorkomen voor veel mensen dé reiger is, 'blauwe' hoeft er niet eens meer bij. Een ander naamtype daarvoor was ‘gewone reiger’, al in de kopjes bij Willughby 1676 (“The common Heron”), Frisch 1733-1763 (“Der gemeine Reiger”), Buffon 1770-1783 (“Le héron commun”).

(?) Nederlands ome kees, misschien vanwege de grootte, het parmantige én het vertrouwde.