Photo credit: USFWS/Southeast via VisualHunt / CC BY

Plegadis falcinellus (Linnaeus 1766: Tantalus falcinellus). Eng. glossy ibis. Ned. zwarte ibis.

De zwarte ibis is dubbelop naar de omlaaggebogen, sikkelvormige snavel genoemd. In plegadis zit Grieks plegas: sikkel - falcinellus is een latinisering van Italiaans falcinello: sikkeltje, sikkelaartje, teruggaand op Latijn falx, tweede naamval falcis: sikkel (falcinello niet te verwarren met Italiaans falconello: kleine valk). Uit de 14e eeuw bekend zijn de Italiaanse woorden falcinella en falcinello: kleine sikkel.

De latinisering falcinellus is van Gesner 1555. Bij het Italiaanse Ferrara, 'in de zomer', ziet hij de zwarte ibis en hoort dat men hem falcinello noemt, naar de snavel. Gesner: sommige vogelsnavels zijn recht, andere zijn gekromd, zoals die van roofvogels, weer andere zijn ‘falcata’, sikkelvormig: die van de kluut naar boven gebogen sikkelvormig, die van arquata en falcinellus naar beneden, en in hun namen zitten dus Latijn arcus (boog) en Latijn falcis (sikkel). Die arquata was bij Gesner de wulp, numenius arquata.

Onder andere door de gebogen snavels dacht men soms dat wulp en zwarte ibis verwant waren, of dat de zwarte ibis een wulpensoort was. In Italië heet de zwarte ibis onder andere ciurlotto nero: zwarte wulp. Buffon 1770-1783 noemde hem courlis vert: groene wulp. Omgekeerd is falcinellus nooit voor de wulp gebruikt. Door Klein 1750 wel voor een der boomkruipers. En hij is gebruikt voor de krombekstrandloper. En voor de breedbekstrandloper, in limicola falcinellus. Maar daar ‘op de tweede plaats’, zoals tegenwoordig ook bij de zwarte ibis.

-

Enkele andere namen voor de zwarte ibis (de codes zie op Home):

(U) Officieel Russisch karavajka, volgens Russische bron ontleend aan een van de oostelijke Turkse talen, volgens één van die bronnen aan Kirgizisch karabaj: zwarte ooievaar. Het verkleinende -ka past dan wel: de zwarte ibis is een stuk kleiner dan de zwarte ooievaar.

(U) E glossy ibis, glanzende ibis, in Pennant 1812. Lockwood 1984 schrijft dat de naam het won van ouder black ibis van Ray 1678. Pennant vond bij de reflecterende kleuren 'zwart' waarschijnlijk ongeschikt: vooral in de zon wordt duidelijk dat de vogel verre van zwart is. Provençaals lisiairo is er ook een naam voor, volgens Desfayes 1998 betekent hij: ‘de glanzende’, vergelijk Frans luisant: glanzend. Gesner 1555 beschreef de mooie kleuren al (“eleganti colore viridi fere, alicubi etiam puniceo admixto, ut in vanello ave”, p.215), en onder andere Buffon 1770-1783 deed het na hem (“la tête, le cou, le devant du corps & les côtes du dos d’un beau marron-foncé; le dessus du dos, des ailes & de la queue d’un vert-bronzé ou doré suivant les reflets de lumière”, afhankelijk van het licht). Bij Venetië is er arcáza verde: groene wulp, arcáza vergelijk arquata in numenius arquata voor de wulp.

(V) Tringa autumnalis, bij Hasselquist 1757, letterlijk: ‘herfstruiter’ (vergelijk Engels autumn: herfst). In “den Herfst-tyd”, zegt Hasselquist in de Nederlandse vertaling, zag ik er een. Dat was in Egypte, een winterkleed. Tot dan was dit kleed niet beschreven, maar uit niets in de tekst blijkt dat Hasselquist dacht de zwarte ibis te zien, die hij uit de boeken gekend zou kunnen hebben. Misschien dacht hij dat het een nieuwe soort was. Omgekeerd ziet Linnaeus 1766 niet dat Hasselquist hem had, misschien door dat verschil in kleed. Voor Hasselquist en nóg een ibis zie bij bubulcus ibis.