Photo credit: Ján Svetlík via Visualhunt / CC BY-NC-ND

Aythya ferina (Linnaeus 1758: Anas ferina). Eng. pochard. Ned. tafeleend.

Coomans 1947 oppert voor ferina Latijn ferinus: ‘van een wild dier’ (Latijn ferus: wild, stond tegenover Latijn mansuetus: tam). “Deze weinig zeggende naam beteekent dus alleen: een wilde eend” (p.85). Maar wanneer Linnaeus dit wilde uitdrukken, had hij wel gekozen voor anas fera: wilde eend, een naam die vanaf de 16e eeuw voor allerlei eenden werd gebruikt, wat hij wist. Linnaeus geeft overigens geen uitleg van ferina, ook niet in 1746 of 1766. Wel citeert hij steeds wat Gesner 1555 voor de tafeleend had: anas fera fusca, “ein wilde grauwe Ent” (p.112). Gesner schrijft niets wat ferina begrijpelijk zou kunnen maken. Belon 1555 trouwens ook niet.

In het Latijn van de Romeinen was er ferina caro: wildbraad, Romeinse dichters volstonden soms met ferina zonder meer. Dát zal Linnaeus hebben bedoeld. Zoals ook Nederlands tafeleend suggereert dat de vogel als wildbraad op tafel kwam. Eigenhuis 2004 stelt dat dit de naam goed kan verklaren, maar dat men ook kan denken aan tafel in de zin van paneel, omdat hij “wegens zijn egale zijvlakken aan een ‘sandwich-man’ doet denken”. Het is een mogelijkheid, hoewel tafel in deze betekenis (als deel van een drieluik bijvoorbeeld) zelden wordt gebruikt, en de volksnamen van de tafeleend de kleuren benoemen, niet de ‘planken’: dat beeld riep de vogel blijkbaar niet op. Ook wordt de tafel (de eettafel) bij ándere eenden genoemd: de smient, anas penelope, is “in great esteem for the table” (Yarrell 1843) en de krakeend, anas strepera, “has been always esteemed one of the best of wild fowl for the table” (Newton 1893-1896). En voor de watersnip, gallinago gallinago - geen ‘panelen’, wel geschoten voor de dis - is er Deens taffel: tafel, waarmee men vooral een goed voorziene bedoelde (de naam overgebleven van een ouder *taffelsneppe?). Tot slot: in de Nederlandse jachtwereld had je tafelvogel: “(jacht)vogel die een goed wildbraad, een smakelijk tafelgerecht oplevert” (Hermans 1951, 'Jacht en Taal', p.605).

Dat de tafel terechtkwam bij de tafeleend, kwám misschien, of deels, dóór ferina. Nederlands tafeleend is van erna (1828), zoals ook Noors taffeland (1864), beide zijn waarschijnlijk vertalingen van Duits tafelente bij Bechstein 1791. Mogelijk vertaalde hij anas ferina, maar de naam kan ook ouder zijn, kan een naam zijn geweest in kringen van Duitse jagers. Ook Bechstein trouwens, een ervaren praktijkman, schrijft het: “Ihr Fleisch (Wildpret) ist von vortreflichen Geschmacke, daher auch der lateinische und deutsche Name” (p.658). En Suolahti 1909 schrijft: “Den Namen Tafelente hat der Vogel erhalten weil er als besonders beliebte Speise oft auf den Tisch kommt” (p.436). Wember 2007 heeft: Tisch is het normale Duitse woord voor tafel, maar Tafel gebruikte men óók, vooral “bei manchen besonders edlen Speisen” (p.87). Zo zagen sommigen de tafeleend ook, hoewel anderen vonden dat hij niet smaakte.

En ferina? In Zweden, het land van Linnaeus, schrijft Nilsson in 1858 over de tafeleend: “Köttet är förträffligt”, ‘het vlees is voortreffelijk’ (II-458). Linnaeus kan dit geweten hebben: van horen zeggen, of uit eigen ervaring.

-

Enkele andere namen voor de tafeleend (de codes zie op Home):

(U) Duits rothalß, in Gesner 1555, Frans cane à la teste rousse, ‘eend met rosse kop’, in Belon 1555, Nederlands rosse eend, in Houttuyn 1763, Zweeds brunand, bruine eend. In Polen is er głowienka, deze hoort ongetwijfeld bij głownia: brandend stuk hout, is misschien alleen geïnspireerd door het roodbruine deel van het kleed, maar misschien ook door het zwarte deel. Voor de ogen was er Engels red-eyed poker, een naam in Yarrell 1843, poker was een vorm naast pochard. Voor de berijpte rug was er Engels frosty-back, een naam in Devon. En zo heb je de hele vogel.

(G) Fries karein. Sommige vrouwtjes zwemeend (Anas) roepen kwaak-kwaak, sommige vrouwtjes duikeend (Aythya) roepen karr-karr: tafeleend, kuifeend, toppereend. Dat verschil viel op en de Aythya’s kregen er namen voor waarin de R opvalt: karein (vertaald in Nederlands kareend, deze ook voor kuifeend en toppereend gebruikt), Brabants bor (tafeleend), Engels curre (toppereend, maar ook voor andere duikeenden gebruikt), en waarschijnlijk ook Lets kerra (toppereend). We hebben dus: kwaak-eenden en karr-eenden.

(?) E pochard, onduidelijke etymologie, onder andere doordat onbekend is of het een Engelse naam was of dat hij uit Frankrijk kwam, zoals Engels mallard voor de wilde eend, anas platyrhynchos. Lockwood 1984 heeft wel een duidelijk idee over het hogerop genoemde synoniem poker: “It derives from the manner of feeding, many Ducks characteristically poking their bills into this and that as they search for edible matter whether on land or in the water”. Dan echter zou het primair een naam voor zwemeenden/grondeleenden zijn geweest, zij doen zo. Desfayes 1998, die net als Lockwood van Engelse origine uitgaat, oppert ‘poke your head’, je hoofd uitsteken, wat inderdaad een betekenis van to poke kan zijn (een ‘transitieve’). In dat geval gaat het om de wat driehoekige kop.