Photo credit: by Sumanta Pramanick via VisualHunt / CC BY-NC-SA

Netta rufina (Pallas 1773: Anas rufina). Eng. red-crested pochard. Ned. krooneend.

In 1773 en 1811 gebruikt Pallas in zijn teksten over de krooneend voor de roodbruine kop steeds Latijn rufus: rossig, roodbruin, maar bij de náám heeft hij rufinus, geen Klassiek Latijn, wel áfgeleid van rufus, zie ook bij buteo rufinus. Jobling 2010 schrijft dat rufinus Middeleeuws Latijn is en ‘golden-red’ betekent. Dat zou de keuze kunnen verklaren: de kop is goudkleurig oranjebruin.

Pallas ontdekt de vogel in het zuiden van Rusland, waar precies is onbekend. In 1811 vermeldt hij wie de soort al hád, maar niet Willughby 1676 (= Ray), die de eerste was. Ray 1678: “This Bird I found in the Market at Rome, shot, I suppose, upon the Sea-coast” (p.365). In Willughby heeft hij een Italiaanse naam, capo rosso maggiore: grote roodkop. Ray zelf heeft “The great red-headed Duck”, wat hij in 1694 latiniseert tot anas capite ruffo major. De beschrijving is onmiskenbaar de krooneend.

De vindplaats Rome past bij het verspreidingsgebied tot aan de tweede helft van de 19e eeuw: Zuid-Europa (en Zuid-Rusland). Maar dat was een beperkt gebied en waarschijnlijk daardoor heeft Ray: ik vond nergens een beschrijving, zag hem ook nergens anders, weet niet waar hij broedt. Misschien vond hij het wel vreemd om een door zijn kop zo opmerkelijke eend alleen maar in Rome aan te treffen.

-

Enkele andere namen voor de krooneend (de codes zie op Home):

(U) N krooneend, voor de gouden kroon op het hoofd: bij vooraanzicht zie je dat de krooneend niet alleen een grote kop heeft maar dat het een aan weerszijden samengedrukte kuif is. Opvallend is ook: in Europa lijkt voor deze soort nergens anders een naam met kroon te bestaan. De enige ‘concurrent’ is Duits königsente, opgetekend aan de Noord-Duitse kust (ook voor de koningseider gebruikt).

(U) Frans siffleur huppé, gekuifde smient, een naam in Buffon 1770-1783. Door de gelijkende kop kwam de gedachte op aan de smient, anas penelope, maar déze smient was dan gekuifd (hij kan de veren ook óprichten). Met de tafeleend had men ook kunnen vergelijken.

(?) Italiaans fistione turco: turkse smient, in Savi 1831, nu de officiële Italiaanse naam (men nam er veel van hem over). Voor de kuifeend heeft hij moretta turca: turks zwartje, bij de kuifduiker vermeldt hij suasso turco: turkse fuut. Misschien zit hier de fez die men in Turkije droeg, een hoofddeksel met een afhangend kwastje. En anders misschien zit er ‘vreemde’, voor kop en kuif - niet voor ‘zeldzaam’, want Savi schrijft dat kuifduiker en kuifeend ‘veel voorkomen’, en dat de krooneend aan de Adriatische kust ‘niet ongewoon’ is en al helemaal niet in de lagune van Venetië (“Non è raro nell’Adriatico, e particolarmente sulla laguna di Venezia”, p.138). In Duitsland werd voor de eveneens opvallende muskuseend, cairina moschata, die na 1500 vanuit Amerika naar Europa was gebracht, türkische ente gebruikt, en ook fremde ente. Voor termen die men voor ‘vreemde vogels’ zoal gebruikte zie bij petronia petronia.