Mannetje winter. Photo credit: esellingson via VisualHunt / CC BY

Clangula hyemalis (Linnaeus 1758: Anas hyemalis). Eng. long-tailed duck. Ned. ijseend.

De ijseend is een ‘wintereend’. Latijn hiemalis, soms hyemalis: tot de winter behorend (hiems: de winter). Linnaeus kende er uit zijn eigen land Zweeds winter-and voor, en anas hyemalis is vrij zeker een vertaling daarvan.

Ornithologen gebruikten hyemalis vooral wanneer een vogel alleen in de winter werd gezien. Vaak wist of vermoedde men dat de broedgebieden in het Noorden lagen, maar precíes wist men het nog niet. Bij Linnaeus zit niet-weten in bijvoorbeeld fringilla hyemalis, nu junco hyemalis, de Noord-Amerikaanse dark-eyed junco. Hij baseert zich op Catesby 1731-1743: “In Virginia and Carolina they appear only in winter; and in snow they appear most” (Feduccia 1985 p.124). In volksnamen zit het bij vogels die in de herfst uit het Noorden kwamen, bijvoorbeeld winterlijster voor de koperwiek, winterkraai voor de bonte kraai.

Bij de ijseend zit het ook. Over de winter-and schrijft Linnaeus in zijn boek over de Zweedse fauna van 1746: “Habitat in borealibus Sueciae provinciis, hyeme intensissima ad nos accedit, nescio unde”, ‘hij leeft in de noordelijke provincies van Zweden, komt naar ons als de winter op z’n strengst is, ik weet niet waar vandaan’ (p.34). ‘Ons’ is zuidelijk Zweden, waar hij woonde en waar de ijseend als een van de weinige eenden in grote aantallen aan de kust overwintert.

In 1763 schrijft Houttuyn dat men het weet: “Thans schynt te blyken, dat hunne eigentlyke Woonplaats op Ysland zy [...] als ook in de Hudsons-Baay” (p.57). Dat IJslandse had Worm 1655 al benoemd, de eerste die de soort had: anas islandica, Linnaeus zag deze niet. Maar het noorden van Zweden klopte ook.

-

Enkele andere namen voor de ijseend (de codes zie op Home):

(U) Duits pihlstaart, naam aan de kust, vergelijk N pijlstaart voor anas acuta. Engels sharp-tailed pheasant, waarin de staart twéé keer. Noors troefører, misschien te vertalen met doorndrager.

(G) Vele klanknabootsende namen voor het muzikale a-au-we-lie, onder andere Deens havlit, Inuit aahaaliq, Lets kakaulis, Sami hanna, Russisch ángitsj, transcriptie van een naam bij de Itelmenen op Kamtsjatka, ook: Noord-Amerikaans uncle huldy, en bij de Yukon-rivier organ duck, voor het harmonieuze als een hele troep zingt.

(V) N ijseend, vertaling van anas glacialis Linnaeus 1766, zoals N ijsduiker voor gavia immer vertaling was van colymbus glacialis Linnaeus 1766, Latijn glacies: ijs. Linnaeus heeft de ijseend twee keer, door Edwards. Bij anas hyemalis van 1758 refereert hij aan plaat 156 in Edwards 1750 (mannetje zomerkleed), later ziet hij plaat 280 in Edwards 1760 (mannetje winterkleed), en daarvoor geeft hij anas glacialis. Edwards schreef bij deze ‘soort’: “taken on the fishing-banks of Newfoundland” (p.147), Linnaeus vond dat misschien noordelijk genoeg om glacialis te gebruiken. Edwards vroeg zich overigens af of de twee niet één soort waren. Vaak was de kennis nog niet ver genoeg om zoiets te bepalen.