Photo credit: JulioM. via Visualhunt / CC BY-NC-ND

Melanitta nigra (Linnaeus 1758: Anas nigra). Eng. common scoter. Ned. zwarte zee-eend.

Nigra is Latijn niger: zwart, de vrouwelijke vorm daarvan. De mannetjes van de twee zee-eenden zijn vrijwel geheel (bruin)zwart. Daardoor heet op IJsland de zwárte zee-eend hrafnsönd: raafeend (Oudnoords hrafn: raaf), de gróte zee-eend korpönd, idem raafeend (Oudnoords korpr: raaf). Ze zijn even zwart. Wel heeft mannetje grote zee-eend op enkele plaatsen wit, zodat je kunt dénken dat hij minder zwart is.

Linnaeus vindt anas nigra bij Willughby 1676, maar deze hééft de naam voor beide zee-eenden (als anas niger, wat nigra had moeten zijn, omdat anas vrouwelijk is). De zwarte zee-eend heeft hij als “Anas niger [...] The black Diver” (p.280). Hij kent hem uit Engeland. Bij de tekening, van een adult mannetje, heeft hij anas niger minor, the scoter, wat later common scoter wordt (voor scoter zie bij melanitta). De grote zee-eend heeft hij als “Anas niger Aldrov.” (p.278). Hij weet dat deze in Noorwegen zit (‘alleen bij zware storm komt hij bij ons’). Bij de tekening, van een adult mannetje, heeft hij anas niger major, the great black duck. Voor de ‘overwegingen’ bij Linnaeus voor de keuze van een naam, zie bij de grote, melanitta fusca.

Aldrovandi 1603, die de zwarte niet kent, introducéért anas nigra. Voor de grote. Hij beschrijft een mannetje. De tekening is goed, de beschrijving ook. Informatie kreeg hij uit Keulen, van de arts Gulielmus Mascherelus. Bij Duisburg (“prope urbem Dussberg”, p.234) hadden vogelvangers er een bemachtigd, ‘in de kleine rivier de Rhoca’. Op de trek en in de winter ziet men de grote soms bij een rivier (vaker echter langs kusten).

-

Enkele andere namen voor de zwarte zee-eend (de codes zie op Home):

(U) Noors kulnebsvorta, letterlijk: knobbelbekzwartje.

(U) Fins mustalintu, letterlijk: zwartvogel, zoals de Engelsen voor de merel blackbird hebben. Nederlands zee-duivel, in Nozeman 1809: 'een naam bij zeelui', 'duivel voor de zwarte kleur'. Inuit tuunġaaġrupiaq, tuunġaq betekent duivel, ook: 'geest die de sjamaan helpt'. Misschien was ook dit een naam voor het zwarte, maar gezien de duivel, en die geest, kan er ook een extra betekenis zitten (tegenwoordig is tuunġaaġrupiaq een naam voor melanitta americana, afgescheiden van melanitta nigra).

(G) Engels mussel duck, een naam voor een van de dingen die ze eten, soms ook voor enkele andere eenden gebruikt.

(G) Sami njuorgu en Inuit uviñauyuk, beide betekenen fluiter. Het zijn namen voor de fluitende roep van de mannetjes, vooral te horen tijdens de balts. Zweeds pjuk is er waarschijnlijk een rechtstreekse nabootsing van: de roep klinkt als pjuu, of pjuupjuu. Hij is ook te horen tijdens de vlucht, vooral op de nachtelijke voorjaarstrek.

(G) Deens himmelhund: hemelhond, voor beide soorten: de zwarte zee-eend heet sort himmelhund (sort is zwart), de grote zee-eend stor himmelhund (stor is groot). Vergelijk bij branta leucopsis Engels gabriel’s hounds, wat bij oude verhalen over de ‘wilde jacht’ hoort, een spookgroep die in het donker door de lucht trok: er werd onheil mee geassocieerd, en het huilen van honden. In de geluiden van trekkende ganzen hóórde je die honden. Bij de zwarte zee-eend: de roep van de mannetjes is wat gansachtig, op de trek is er een ‘koor-effect’, en de roep is te horen tijdens de balts, maar volgens Svensson 2010 “vaker tijdens [de] nachtelijke voorjaarstrek over land in N-Europa”. Waar de Denen wonen.