Photo credit: walter.corno via Visualhunt.com / CC BY-NC-SA

Aix galericulata (Linnaeus 1758: Anas galericulata). Eng. mandarin duck. Ned. mandarijneend.

Het mannetje van de mandarijneend is ‘voorzien van een galericulus/galericulum’, een kapje, mutsje, kalotje. Het woord is een verkleining van Latijn galerus: bontmuts, pruik, zie daarvoor ook bij het genus galerida. Men kan de soortnaam vertalen met ‘gekapt’, zoals Houttuyn 1763 al deed, in zijn gekapte taling, waarbij hij als uitleg geeft: “eene Kuif van groene en rosse Vederen [...] hangt om den Kop neer [...] als een soort van Kapzel of Kalot” (p.67). Je kon ook denken dat Linnaeus de opstaande ‘zeilen’ of ‘ploegscharen’ benoemde, maar vrij zeker bedoelde hij de kuif.

Linnaeus baseert zich onder andere op Edwards 1747, die de vogel chinese teal en querquedula sinensis elegans noemt, taling bij Houttuyn was geënt op dit teal, en het later ontstane Nederlandse mandarijneend op chinese, hoewel ook op de oranje kleur van het gewaad dat Chinese mandarijnen droegen (in ‘het mandarijntje’ zit deze ook). Edwards ziet de vogel op drie plaatsen: in een Engelse verzameling, op Chinese tekeningen, en bij Engelbert Kaempfer, de eerste westerling die de vogel beschrijft, in “Historia Imperii Japonici”, een ‘Geschiedenis van Japan’ uit 1727. Kaempfer heeft kinmodsui als de Japanse naam, heeft ook een kleine zwart-wit-tekening. De tekening geeft een strakke kap, en de twee zeilen.