Photo by nik.borrow on VisualHunt.com / CC BY-NC

Circus macrourus (Gmelin 1770: Falco macrourus). Eng. pallid harrier. Ned. steppenkiekendief.

Gezien macrourus, macro-urus, uit Grieks makros: lang, en oura: staart, zou de steppenkiekendief een opvallend lange staart moeten hebben. De vier kiekendieven van Europa hébben lange staarten, maar ongeveer éven lange (de mannetjes 18 à 19 centimeter). Ook zijn er roofvogels met nog langere staarten. Gmelin vergeleek niet.

Hij ontdekt de vogel tussen Moskou en de Zwarte Zee, bij Voronezj (Warónjisj). Waar hij hem voor het eerst noemt - hij weet dat het een nieuwe soort is - schrijft hij slechts: “Der Schwanz ist rund und endiget sich mit zwölf sehr langen Regier-Federn”, stuur-veren (p.48). Als Duitse tegenhanger van falco macrourus geeft hij der langschwänzigte falk. In “Rariorum Avium Expositio”, een artikel in ‘Novi Commentarii Academiae Scientiarum Imperialis Petropolitanae’ van 1771, beschrijft hij de nieuwe vogels van zijn reis, en uitvoeriger, maar over de staart geeft hij niet méér dan in 1770. Hij noemt de vogel nu accipiter macrourus (p.439). Uit niets valt op te maken dat hij vergeleek. Hij vond de staart gewoon lang.

Gezien het opvallend lichte van het mannetje had hij beter kunnen kiezen voor falco albus: witte valk, of falco pallidus: bleke valk, vergelijk pallid harrier.

-

Enkele andere namen voor de steppenkiekendief (de codes zie op Home):

(U) Duits blaßweihe, bleke kiekendief.

(V) Russisch stepnoj loen': steppenkiekendief (voor loen' zie bij circus, onder harrier). Kiekendieven zijn vogels van open gebieden, deze bewoont gehéél open gebieden, de steppen van het zuiden van Rusland en Siberië - steppe zelf uit Russisch step’.

(V) Falco dalmatinus, Rüppell, in ‘Museum Senckenbergianum’, 1837: “es ward in Dalmatien erlegt, wo diese Art sehr häufig seyn muss, denn ich sah bei einer einzigen Naturaliensendung mehr als sechs Stück” (p.179). Het is wel eens geïnterpreteerd als daar broeden (toen). Dalmatië is het kustgebied van huidig Kroatië.