Photo credit: Radovan Václav via Visualhunt / CC BY-NC

Aquila heliaca Savigny 1809. Eng. imperial eagle. Ned. keizerarend.

Aquila heliaca betekent zonnearend (Laat Latijn heliacus, een latinisering van Grieks heliakos: de zon betreffend; Grieks helios: de zon). Wember 2007 schrijft: de arend vloog het hoogst van alle vogels, zei men, en kwam dus het dichtst bij de zon, zie bij het genus regulus het beroemde verhaal van de vogels die een koning wilden, maar in dat verhaal zal ongetwijfeld de steenarend hebben gezeten, aquila chrysaetos, niet de relatief onbekende keizerarend. Jobling 2010 verwijst naar Grieks heleios, de naam van een roofvogel, maar dat was een middelgrote, bovendien leidt een latinisering ervan, wat eleus zou moeten zijn, niet tot heliacus. Cabard 1995 schrijft: de Franse naam voor de keizerarend is aigle impérial, keizerarend, en “le soleil étant effectivement un symbole de majesté impériale”, en de zon is een symbool van keizerlijke verhevenheid - maar ook hier geldt: men noemde de stéénarend de koninklijke of keizerlijke, door grootte en vliegvermogen, en naast ‘koning der vogels’ was hij ook ‘vogel van koningen en keizers’: hij verleende hun macht extra glans. Verder: het is ná Savigny 1809 dat de keizerarend door Bechstein 1812, om overigens onduidelijke redenen, falco imperialis wordt genoemd (Nederlands keizerarend zal er een vertaling van zijn).

Je zou kunnen denken dat Savigny vergeleek met chrysaetos (goudarend) voor de steenarend: op kruin en nek is deze geelbruin/roodbruin, de keizerarend is op die plaatsen bleek, zoals ook de zon kan zijn. Maar Savigny schrééf: “vertice cerviceque fulvis”, kruin en nek rossig (p.82), wat doet vermoeden dat het om een juveniel ging. Hij noemt hem ook “Aquila Phlegya”, vergelijk Grieks phlego: branden, verbranden, en de oude Grieken hadden een phleguas, mogelijk een arend: Arnott 2007 denkt aan ‘goud’ als betekenis en dan zitten we weer bij ‘goudarend’, wat bij de juveniele keizerarend kan passen, hoewel je dan twee keer een goudarend zou hebben. Als zijn Franse naam geeft Savigny aigle de thèbes, waarmee niet de Griekse stad Thebe zal zijn bedoeld, maar de Egyptische (nu Luxor), ooit de hoofdstad van Egypte. In zijn summiere tekst verwijst Savigny naar oude schrijvers die het over verering van de arend hebben, bij de oude Egyptenaren, bovendien deelt hij de arenden in twee ‘stammen’ in: de keizerarend vormt in z’n eentje één stam, en is de éérste van de twee, de andere arenden noemt hij ‘gewone arenden’ (ook de steenarend).

In het oude Egypte was er een cultus van de zon en aigle de thèbes zou kunnen inhouden dat Savigny dááraan dacht. Het idee van verering zou gemeenschappelijk kunnen zijn aan de cultus en aan de arend. Maar gekunsteld klinkt dit toch ook wel. Misschien bedoelde Savigny gewoon het ‘goud’, het rossige, vergat even dat de steenarend het óók had. Zijn phlegya kan er ook op duiden. En dan bedoelde hij misschien: arend die zich in de zon verbrand heeft.

De verering waarover de oude schrijvers het trouwens hadden, gold misschien de keizerarend, maar de steenarend is niet uit te sluiten.