Photo Credit: zellerw0 Flickr via Compfight cc

Alectoris chukar (Gray 1830: Perdix chukar). Eng. chukar. Ned. aziatische steenpatrijs.

Sommigen stellen dat niet chukar maar kakelik in de officiële naam moet zitten, naar tetrao kakelik van Falk 1786 - de oudste beschrijving van een soort telt. Ilitsjev 1989 geeft de meest typerende roep van de vogel als ke-ke-lek, en Falk schreef: “Er schreiet beständig Kakelik! Kakelik!” (III-390). Falk baseert zijn wetenschappelijke naam op Boechaars - voor het gemak: Oezbeeks - kakelik. Een variant was keklik, nu de officiële Russische naam voor de soort. Falk reisde door Zuid-Rusland

Chukar is Hindi chukor, ook chakor, teruggaand op Oudindisch cakorah. De naam lijkt voor diverse patrijzen te zijn gebruikt, maar vooral voor de aziatische steenpatrijs. Het zal een klanknabootsing zijn. Naast ke-ke-lek zijn weergaves van de geluiden van de vogel: chuck-chuck, tsjak-tsjak, kakkede-kakkede, tsjökkora-tsjökkora.

John Gray kent de vogel alleen via Thomas Hardwicke (1756-1835), een generaal-majoor die tijdens zijn dienst in India vogels, zoogdieren en insecten verzamelt, en tekent. De chukor zat bij de verzameling.

In Europa kende men hem waarschijnlijk ook. De Grieken noemden een vogel kakkabe, kakkabis, wat alleen al op cakorah líjkt. De Alectoris-soorten zijn moeilijk uit elkaar te houden, maar kakkabe past heel goed bij het kakelende kakkede-kakkede. Belon 1555 dacht blijkbaar ook zo. Hij ziet de aziatische steenpatrijs op Kreta en schrijft: “Elle dit en chantant ‘Chacabis’, et reïtere telle voix moult souvent” (p.255), herhaalt het steeds.

En dan hebben we over ongeveer het hele broedgebied, van Europa tot ver in Azië, klanknabootsingen: kakkabe, kakelik, cakorah.