Photo credit: Agustín Povedano via Visual hunt / CC BY-NC-SA

Porphyrio porphyrio (Linnaeus 1758: Fulica porphyrio). Eng. purple gallinule. Ned. purperkoet.

Voor porphyrio zelf zie bij het genus. Na Grieken en Romeinen, die de purperkoet goed kenden, heeft Frederik II ±1246 een kleurtekening, de eerste in de ornithologie. Andere Middeleeuwse schrijvers hebben de naam, maar niet veel zinvols over de sóórt. Het is alsof de vogel van de aardbodem verdwenen is. En na een merkwaardig verhaal bij Isidorus (circa 560-636), dat hij één poot zou hebben om te zwemmen, de andere om te lopen, komt het bij Van Maerlant ±1266 zelfs zover dat de porphyrio een roofvogel is, de broecaren, ‘de arend van het broek’ (Eigenhuis 2004: visarend of bruine kiekendief). De Grieken wisten al dat de purperkoet voedsel soms met één poot naar zijn snavel brengt, mogelijk bracht dat Isidorus op zijn idee.

Gesner 1555 en Belon 1555 weten wat de Grieken schreven, beschrijven de vogel helder, kennen hem alleen niet zelf. De vooruitgang is dat ze niet ‘invullen’. Houttuyn 1763: “Met weinig zekerheid sprak men nog onlangs van den Porphyrio, dien Gesnerus en Aldrovandus bekennen nooit gezien te hebben, en Ray twyfelde of er zulk een Vogel ware” (p.274). Maar de kennis neemt toe, Buffon 1770-1783 weet al heel veel. Linnaeus niet. En over voorkomen in Europa aarzelt hij, door de moeilijk te interpreteren verhalen van zijn voorgangers. Maar door zijn fulica porphyrio komt Grieks porphurion uiteindelijk toch op de juiste plaats, al was het pad kronkelig.

-

Enkele andere namen voor de purperkoet (de codes zie op Home):

(U) Porphyrio hyacinthinus, Temminck 1820, zonder uitleg - hij kan het gesteente zirkoon hebben bedoeld, de roodachtige variant daarvan die men ‘hyacint’ noemt, zo genoemd naar de kleuren van het bolgewas de hyacint - maar hij kan ook de hyacint zelf hebben bedoeld: de rode, paarse, blauwe bloeiwijzen daarvan.

(U) Spaans calamón, uit Arabisch abū qalamūn, weefsel van glimmende kleuren, uit Grieks hupokalamon, waarin kalamos: riet - men gebruikte de draden waarmee mossels aan rotsen vastzitten om in het weefsel kleurrijke repen te maken, ‘rieten’, zeg maar. Het weefsel was een teken van luxe toen. De naam: voor het glimmende kleed.

(U) Frans poule sultane, in de ‘Mémoires de l’Académie royale des Sciences’ 1734 (p.51), ‘maar we weten niet waarom hij zo wordt genoemd’, de naam bestond dus al. Moreau 1891, ‘L’amateur d’oiseaux de volière’, schrijft dat men ze in Neder-Egypte kende als deek sultani, deek: haan - vrij vertaald dan ‘koninklijke haan’ (sultan is een Arabisch woord). Men zal hem door de mooie kleuren ‘de sultan waard’ gevonden hebben, misschien ook door de statige houding. De heren van de Académie schréven het: ‘in de Oudheid vermaard om de kleuren, men had ze om paleizen en tempels op te sieren’, maar ze legden niet het verband. De naam is in diverse talen terechtgekomen, tot aan het Russisch toe: soeltanka.

(V) Turks sazhorozu, riethaan, saz: riet, horoz: haan. Vaak is riet onderdeel van de biotoop - maar hij klimt er ook ín, zodat het misschien een naam voor dat gedrag is, of voorál.

(V) Engels western swamphen, naast african swamphen en australasian swamphen enzovoort, voor ándere Porphyrio-soorten, vroeger ondersoorten - swamp: moeras, swamphen door Gould 1848 als een Australische naam opgetekend - Engels purple swamphen: synoniem van purple gallinule, dit uit gallinula.

(?) Frans talève, bij Buffon 1770-1783 de naam bij een uit Madagaskar ontvangen exemplaar. In het Malagassi heet hij ook talevana en talevanabe, de etymologie onbekend. Het zal de african swamphen zijn geweest, porphyrio madagascariensis, Nederlands smaragdpurperkoet, naar porphyrio smaragnotus Temminck 1820, die talève zelfs als genusnaam gebruikt, voor de drie Porphyrio’s die hij kent.