Photo Credit: [] Khalifa [] Flickr via Compfight cc

Porzana porzana (Linnaeus 1766: Rallus porzana). Eng. spotted crake. Ned. porseleinhoen.

Voor porzana zie bij porzana. De meest waarschijnlijke verklaring voor Nederlands porseleinhoen is dat bij Duits porzellanhuhn, het model voor de naam, verwarring optrad: tussen Italiaans porcellana (waaruit Duits porzellan en Nederlands porselein voortkwamen) en de Italiaanse vogelnaam porcellana, die bij porzana hoort, en waarin een big zit, zie bij het genus. Met porzellanhuhn bedoelde men: porcellana-hoen. Maar in het Duits en Nederlands ging porcellana alleen porselein betekenen. En porseleinhoen is dan vreemd. Je ziet niet dat er biggetjeshoen staat.

Waarschijnlijk was Gesner 1555 de eerste die de vogel had. Onder andere benoemt hij de zo opvallende witte stipjes, waardoor hij in Engeland spotted crake heet. Gesner: “Caput, collum, pectus et alae, punctis et maculis candidis insigniuntur” (p.497), in de vertaling bij Horst 1669: "Der Kopff, Halß, die Brust und Flügel sind mit weissen Flecken bezeichnet" (I-237). Ook schrijft Gesner: ‘De Duitsers noemen hem wynkernell, maar ik snap niet waarom’. Volgens Springer 2009 staat er ‘druivenpitje’, voor die witte stipjes.

-

Enkele andere namen voor het porseleinhoen (de codes zie op Home):

(U) Duits tüpfelralle: stippelral. Frans râle perlé: geparelde ral, een naam in Buffon 1770-1783, hij noemt de vogel ‘émaillé’. Afrikaans gevlekte riethaan, het porseleinhoen overwintert tot in Zuid-Afrika. Italiaans tordo gelsemino: jasmijnlijster, tordo is lijster, gelsemino/gelsomino is de jasmijn, hier die met de witte bloemen (lijster zit er waarschijnlijk óók wel voor het gespikkelde, maar bij het porseleinhoen is het omgekeerd aan de lijster: wit op donker, vandaar de jasmijn).

(V) Deens dyndskvat, dynd betekent modder, en dan is het een naam voor waar ze zitten. Het tweede deel, een vorm bij Deens skvat, spatteren, zóu gegeven kunnen zijn voor lopen en spatteren in modderig water, maar opvallender bij het porseleinhoen is het steeds herhaalde, explosieve hwíet, op grond waarvan men de vogel vaak vaststelt, en Nielsen 1989 schrijft dat skvat en skvætte voor het geluid van bepaalde vogels werden gebruikt.