Photo credit: Ján Svetlík via Visualhunt.com / CC BY-NC-ND

Otis tarda Linnaeus 1758. Eng. great bustard. Ned. grote trap.

De grote trap is de langzame, Latijn tardus: traag, langzaam. Plinius: “Proximae eis [tetraonibus] sunt quas Hispania aves tardas appellat, Graecia otidas”, ‘dicht hierbij [bij de tetrao’s] staan de vogels die men in Spanje avis tarda noemt, in Griekenland otis’ (X-57). De tetrao’s waren bij Plinius korhoen en auerhoen, zie bij het genus tetrao.

Grieks otis, zie het genus, was vrij zeker de grote trap, en avis tarda, langzame vogel, interpreteert men na Plinius dan óók als ‘grote trap’. Er ontstonden diverse huidige namen uit: Engels bustard, Frans outarde, Spaans avutarda - waarin avis tarda het best bewaard is.

Vaak is gezegd dat ‘langzame vogel’ niet past: de grote trap rent hard, vliegt snel. Maar de vleugelslág geeft de indruk traag te zijn (Snow 1998: “broad wings apparently beaten slowly”, p.529), en het lopen (“a slow, deliberate walk”) gaat met afgemeten passen, bedachtzaam, statig, zoals bij kraanvogels. Avis tarda past hierbij - zoals misschien ook Nederlands trap, hoewel die naam ook voor het snelle rennen kan staan: via Duits trapp gaat hij terug op Tsjechisch drop, volgens Holub 1967 taalkundig samenhangend met Grieks dromos: loop, looppas, de naam zou dan ‘snelle loper’ kunnen betekenen, zie ook bij oceanodroma.

Onder andere Lockwood 1984 schreef het: tarda is vreemd, bij zo’n snelle vogel (het langzame noemt hij niet). Mogelijk namen de Romeinen, toen zij in Spanje arriveerden, een naam over van een volk dat er al woonde, was dit tarda, met een heel ándere betekenis, maar dachten de Romeinen dat het ‘de langzame’ was, omdat de naam zo leek op tarda - de vrouwelijke vorm van tardus. Thompson 1936, die het langzame ook niet noemt, schreef iets vergelijkbaars: de naam is ongetwijfeld ontstaan “by some misunderstanding of a foreign, problably a Spanish or Iberian, word” (p.66). Het is niet onmogelijk, maar ‘ongetwijfeld’ lijkt te sterk: de Romeinen die de vogel in Spanje zagen, kunnen heel goed onder de indruk zijn geweest van het langzame. Zoals ook van het snelle natuurlijk.

-

Enkele andere namen voor de grote trap (de codes zie op Home):

(U) Spaans barbón, ‘de gebaarde’, een naam voor het adulte mannetje - vergelijk bij otis ‘de geoorde’, de witte kinveren in een ándere stand.

(U) Middelhoogduits trapgans, ook Nederlands, was vaak de gewone naam voor ze. Voor de kleine trap, kleiner dan de dwerggans, werd de naam weinig gebruikt, zodat het belangrijkste benoemingsmotief de zwaarte lijkt te zijn geweest, het grote lijf. Mannetje grote trap is in Europa de zwaarste vogel.

(U) Frans dinde sauvage, de kalkoen, in Noord-Amerika wild turkey. Qua vorm, grootte, en spreiden van de staart lijken ze op elkaar (en de kalkoen vergeleek men dan weer met de pauw) (zoals ook het auerhoen). In Europa kende men de kalkoen als gedomesticeerd, Buffon 1770-1783: le Dindon domestique, en die kennen we sinds 1492 (Columbus). De overdracht op de grote trap zou kunnen betekenen dat men de kalkoen béter kende. De grote trap kende men van toen nog bróeden in Frankrijk, Buffon noemt de gebieden.

(G) Russisch doedak, uit Kazachs duadak of een van de andere Turkse vormen in Centraal-Azië. Mongools togadag. Hongaars túzok, uit ouder Turks *tughdaq. Vasmer 1964-1973 vergeleek doedak met Pools dudek voor de hop, wat men opvat als een nabootsing van zijn (h)oepoepoe(p). Bij de grote trap zal het dan gaan om het nasale ock-ock, wat niet direct doedak is, maar de roep van de hop is ook niet direct dudek. Klanknabootsingen zien er niet altijd uit als koekoek.

(V) Duits ackertrapp, Gesner 1555. Lang geleden zag men de akkers wel eens ‘vrijwel geheel bedekt’ met ze. Dat veranderde door jacht, pesticiden, ontginningen, mechanisering van de landbouw.

(V) Zweeds pomersk kalkon, Pommerse kalkoen. Nilsson 1858: naam bij jagers in Skåne, Zuid-Zweden. De grote trap was er trekvogel, en Pommeren lag aan de Duitse ‘overkant’.