Photo credit: Langham Birder via Visual Hunt / CC BY-NC-ND

Glareola nordmanni Fischer 1842. Eng. black-winged pratincole. Ned. steppenvorkstaartplevier.

De vogel is genoemd naar Alexander von Nordmann (1803-1866), Fins/Russisch naturalist, lange tijd hoogleraar te Odessa. Hij deed onderzoek aan de kusten van de Zwarte Zee, ontdekt de vogel op de steppen van Zuid-Rusland. Onder glareola melanoptera stuurt hij hem naar Moskou - Grieks melas: zwart, pteron: vleugel. Van dichtbij had hij gezien wat het grote verschil tussen de twee vorkstaartplevieren was: glareola pratincola bruinrode ondervleugeldekveren, de nieuwe soort zwarte. Bij de publicatie in 1842 echter verandert Johann Fischer, redacteur van het Moskouse tijdschrift waarin de beschrijving van de nieuwe soort verschijnt, de naam in glareola nordmanni. Het was een eerbetoon.

Bijna was Pallas de ontdekker geweest. Eigenlijk is hij dat ook. In ‘Zoographia Rosso-Asiatica’ van 1811 beschrijft hij de vogel, maar denkt dat het glareola pratincola is. Hij ziet hem op zijn reis door Rusland en Siberië in de jaren 1768-1774. Dat het de steppenvorkstaart is, blijkt uit de Russische naam (tirkoesjka, passend bij de alarmroep), uit het verspreidingsgebied (‘alle Tataarse steppen tussen Wolga en Irtisj’), en uit de beschrijving van de vleugels (“subtus nigrae”, ‘van onderen zwart’). Mogelijk had hij glareola melanoptera bedacht, als hij begrepen had dat het een nieuwe soort was.