'Great snipe. Gallinago major'. Charles Whymper. Photo credit: BioDivLibrary via Visualhunt.com / CC BY-NC-SA

Gallinago media (Latham 1787: Scolopax media). Eng. great snipe. Ned. poelsnip.

De poelsnip is de middelste, Latijn medius: middelste - vergelijk middelste jager, middelste zaagbek, en ook de middelste bonte specht, dendrocopos medius. In het genus gallinago echter, waarin in Europa verder alleen de watersnip zit, is hij tegenwoordig de middelste van twee ..

Grootte-aanduidingen bij de snippen zijn altijd veranderlijk en verwarrend geweest. Pallas 1811 schrijft over de poelsnip, correct: “media inter eandem [de houtsnip] et Gallinaginem [de watersnip]” (II-173). Maar soms zag men juist de watersnip als de middelste: als men het bokje kende, de kleinste van de vier snippen, én als een snip zag, en de wat op zichzelf staande houtsnip niet. De poelsnip kon dan scolopax major heten: grote snip. Er zo zijn er nog meer varianten ... Opvallend is dat Latham voor de poelsnip beíde namen hanteert: great snipe en scolopax media. Dat kon ook nog.

Frisch 1733-1763 heeft de poelsnip als eerste, geeft scolopax media, wat Latham overneemt. Mogelijk kende Frisch Duits mittelschnepfe, maar de naam die hij nóemt is Frans: becasse moyenne, middelste snip. Jagers, vogelvangers en poeliers waren gewend vogels in te delen en te benoemen naar grootte en gewicht (dus ook geld). Naast de snippen, waarop veel werd gejaagd, betrof dat vooral de eenden. Zo gold: één wilde eend = twee smienten. En zo was er voor de smient Duits mittelente - sommige eenden waren kleiner - en had Gesner 1555 voor de krakeend mittelent en anas fera media, “id est mediae magnitudinis” (p.112). De lijst is lang.

Bij de snippen zit het vooral nog in landsnamen. De Noren bijvoorbeeld hebben de houtsnip apart, als rugde, noemen de poelsnip dobbeltbekkasin, de watersnip enkeltbekkasin, het bokje kvartbekkasin. Geen media hier, en zeker niet voor de poelsnip.

-

Enkele andere namen voor de poelsnip (de codes zie op Home):

(U) Naast scolopax media hierboven had Frisch doppelschnepfe, nu de officiële Duitse naam. De poelsnip broedde ooit meer westwaarts, tot in Duitsland (mogelijk ook Nederland), kon zo een Duitse naam krijgen. Als reden voor de naam geeft Frisch 1763 dat ze “noch einmal so groß ist als die sogenannte Haarschnepfe”, het bokje - niet dat ze zwaarder was dan de watersnip, waarvoor doppelschnepfe ook werd gebruikt. Door doppel(schnepfe) krijgt Rusland doepel’ en geeft Nozeman, ‘Nederlandsche Vogelen’ 1770-1829 deel III, dubbelsnep, hoewel hij (= Houttuyn, die het werk afmaakte) de naam uitlegt met: “een weinig grooter en tevens lyviger” dan de watersnip. Engeland krijgt great snipe, Pennant 1768, ook voor de houtsnip gebruikt. Pennant refereert niet aan Frisch.

(G) Italiaans croccolone, van croccolare: kraken, kletteren (vergelijk krokant: knapperig). In de balts heeft de poelsnip opmerkelijke geluiden, meest opvallend een klikkend geluid alsof een vuurtje knettert, steentjes op steen vallen, een nagel over de tanden van een kam gaat. Karelisch tuppelit lijkt daarvan een nabootsing, misschien ook het dshinnekun dat Pallas 1811 als een naam bij de Toengoezen geeft?

(V) Van ‘poelsnip’ is de historie lastig te reconstrueren, omdat het naamtype voor diverse steltlopers werd gebruikt, vanaf pfulschnepff Gesner 1555, zie bij de grutto, limosa limosa. Bij de poelsnip is wel duidelijk dat Pallas 1811 scolopax palustris heeft: moerassnip, gebaseerd op het voorkomen in noordelijk Rusland en Siberië (“in borealibus Rossiae et Sibiriae palustribus observatur”, II-173). Eerder al heeft Nozeman 1797 poelsnep, mogelijk geïnspireerd door Klein 1750 die na scolopax media van Frisch, zelf gallinago paludana major geeft, bij Nozeman vertaald met “groote Poelsnep” (groter dan de watersnip), en zo zal poelsnip een Nederlandse naam geworden zijn. Klein zegt niet waarop hij dat moeras baseert.