132576549_d8694c4936 Photo Credit: Changhua Coast Conservation Action Flickr via Compfight cc

Tringa stagnatilis (Bechstein 1803: Totanus stagnatilis). Eng. marsh sandpiper. Ned. poelruiter.

De poelruiter broedt bij poelen, moerassen, ondiepe meren, en in natte gebieden met gras. Stagnatilis geeft een déél van de biotoop, betekent: ‘bij stilstaand water’, of ‘tot de poel behorend’ - Latijn stagnum: stilstaand water, vijver, kreek, poel (waaruit via stagnare ook ‘stagneren’). De naam is ook gebruikt voor bokje, krekelzanger en rietgors, en vergelijk ‘poel’ in namen voor diverse steltlopers, zie limosa limosa. Voor nogal wat soorten zijn drassige gebieden de biotoop.

Diverse van de landsnamen voor deze soort, zoals poelruiter en marsh sandpiper, zijn waarschijnlijk door stagnatilis ontstaan: de vogel was bij ons onbekend, leeft in natte gebieden op Russische steppen. De Russen hebben er een heel andere naam voor: poroetsjejnik, wellicht uit poroetsjik, luitenant, voor op hoge poten over de steppe lopen. Sinds kort broedt de poelruiter beperkt in Polen, Letland, Finland (Snow 1998). Op de trek zit hij in ongeveer dezelfde natte gebieden als genoemde, en op die trek, door Duitsland, ontdekte Bechstein hem.

In Italië kende men hem al van die trek. Savi 1829 geeft twee namen uit “Storia naturale degli Uccelli”, een vijfdelig kleurplatenwerk uit de jaren 1767-1776, met tekeningen van Xaverio Manetti en anderen: albastrello, een van die namen, werd de Italiaanse landsnaam voor de soort, regina di mare, koningin van de zee, was er waarschijnlijk voor het elegante, een indruk die men onder andere door die hoge poten kreeg.