Adult zomer. Photo credit: Scott Heron via VisualHunt / CC BY-SA

Larus glaucoides Meyer 1822. Eng. iceland gull. Ned. kleine burgemeester.

Glaucoides stichtte verwarring. Wember 2007 vertaalt met “eulenähnlich”, ‘uilachtig’ (p.131), uitgaand van Grieks glaux, zie athene, het genus van de steenuil, en glaucidium, het genus van de dwerguil. Coomans 1947 vertaalt met “blinkend blauwachtig, blauwgroen gelijkend” (p.125), uitgaand van Latijn glaucus: blauwgrijs, enzovoort. De adulte vogels hébben een blauwgrijze mantel. Glaucoides betekent echter: op de grote burgemeester lijkend.

Tot ergens na 1900 heet larus hyperboreus, de grote burgemeester, meestal larus glaucus, een naam van Brünnich 1764, overgebleven in glaucous gull, de Engelse naam voor de soort. Ook de grote burgemeester heeft een blauwgrijze mantel, vergelijk het ‘bleeck Blauw’ van Martens aldaar, en deze soort werd er wél naar benoemd. Om een of andere reden echter wordt larus glaucus later afgekeurd en wordt larus hyperboreus de officiële naam. Maar Meyer 1822 had glaucus gebruikt om de door hem beschreven níeuwe soort glaucoides te noemen: ‘op de grote burgemeester lijkend’ (letterlijk: ‘op glaucus lijkend’). Als men dat oude verdwenen larus glaucus niet kent, kan glaucoides inderdaad verwarrend zijn.

In 1843 schrijft Yarrell: aan álle tot nu toe bedachte namen voor de soort, ook iceland gull, kleven problemen, en daarom stel ik lesser white-winged gull voor: door de gróótte kun je ze onderscheiden, zoals ook grote en kleine mantelmeeuw (III-457). Voor de grote burgemeester had hij large white-winged gull. Later krijg je in Nederland een vergelijkbaar duo, maar díe namen zijn gebleven.

-

Enkele andere namen voor de kleine burgemeester (de codes zie op Home):

(U) N kleine burgemeester - voor de twee burgemeesters geldt ongeveer wat bij larus fuscus over de twee mantelmeeuwen staat: de grote burgemeester heette burgemeester zonder meer, later werd de kleine kleine burgemeester genoemd, en weer later moest dus, vanwege de logica, de grote grote burgemeester heten.

(U) Larus leucopterus, witvleugelige meeuw, de naam in ‘Prodromus der Isländischen Ornithologie’ van Friedrich Faber, uitgekomen in hetzelfde jaar 1822 waarin Meyer de vogel beschreef (Meyer noemt de naam van Faber niet, weet wel van het voorkomen op IJsland). Faber: de adult heeft “die Schwungfederen blaß canescentes [grijs wordend, verblekend], gegen die Spitze weiß” (p.92), ‘lijkt algeheel sterk op de grote burgemeester’, ‘is de enige meeuw die in de winter op IJsland voorkomt zonder er in de zomer te broeden’ (‘de grote broedt er wél’), komt uit het Poolgebied - en wanneer hij arriveert, weten de vissers dat ook de kabeljauw arriveert, en maken hun boten klaar.

(V) E iceland gull, Yarrell 1843, waar het lijkt te zijn gebaseerd op Faber hierboven, zoals hij waarschijnlijk ook white-winged gull aan hem ontleende. Zijn bezwaar tegen iceland gull was ‘dat beíde vogels op IJsland voorkomen’ (en van white-winged gull maakt hij er om een vergelijkbare reden twéé, zie hogerop).