Photo credit: Martha de Jong-Lantink via VisualHunt / CC BY-NC-ND

Pagophila eburnea (Phipps 1774: Larus eburneus). Eng. ivory gull. Ned. ivoormeeuw.

De ivoormeeuw is in de naam ‘zo wit als ivoor’. Latijn eburneus: van ivoor, maar ook: zo wit als ivoor (ebur: ivoor). De volwassen ivoormeeuw is op ogen, snavel en poten na, geheel en al wit, als enige van de Europese meeuwen en sterns, waarschijnlijk een aanpassing aan de ijswereld waarin hij leeft, zie bij pagophila. De juvenielen hebben zwarte spikkels in het witte kleed.

Phipps, die ook de ijsbeer benoemt, ontdekt de vogel op een scheepsexpeditie naar het Noordpoolgebied, zie bij het genus. Zijn eerste naam ervoor, in een brief van 4 juli 1773: “a Larus Niveus, a Beautiful Bird” (Rey 1984 p.413). Gezien Latijn niveus, ‘van sneeuw’, zou het sneeuwmeeuw kunnen betekenen, maar het zal sneeuwwítte meeuw zijn, aangezien hij in dezelfde brief schrijft dat hij tot dan toe nog geen ijs heeft gezien. In zijn latere boek over de reis wordt het larus eburneus. Geen uitleg. Wel begint zijn omschrijving met: “Tota avis nivea, immaculata”, ‘de hele vogel sneeuwwit, zonder vlekken’. De ivoormeeuw is zo wit als een sneeuwhoen in de winter.

Phipps merkt op dat Linnaeus de soort niet had, maar Martens waarschijnlijk wel. Dat klopte. Martens was zelfs de eerste. Martens 1710: “De Beenen zijn niet langh, maer zwart, zoo ook d’Oogen; de Vogel self is witter als Sneeuw, dat op zijn zwarte snavel, oogen en pooten des te schoonder afsteeckt” (p.27). In het origineel van 1765 geeft Martens dat witte nog scherper: “Der Vogel ist weisser dann der Schnee: denn wenn man ihn auff dem Eise siehet, kan man ihm von Schnee unterscheiden” (p.56).

Als Duitse naam voor de nieuwe soort heeft Martens rathsherr, wat in 1710 tot raedsheer vernederlandst wordt. Het is níet een Romeins senator in witte toga, gewichtig rondstappend, alleen de zwarte sandalen afstekend tegen het vele wit. Martens 1675: “derselbe so von den Schiff-Leuten Rathsherr genannt ist, weil er ein schöner Vogel, aber kleiner, den sie Bürgermeister nennen” (p.56). Voor bürgermeister zie bij de grote burgemeester, larus hyperboreus. In de namen betrok men de twee dus op elkaar: de ene was groter, de andere kleiner, zoals de burgemeester voornamer was dan een raadsheer.

Zowel Phipps als Martens ziet de vogel bij Spitsbergen. De namen van twee kleine eilanden aan de noordkant herinneren aan hun grote reizen: Phippsöya en Martensöya. Ze liggen naast elkaar.