Naumann 1860. Photo credit: BioDivLibrary via Visualhunt.com / CC BY

Sterna hirundo Linnaeus 1758. Eng. common tern. Ned. visdief.

Sterns werden vaak zeezwaluw genoemd, of meerschwalbe, sea swallow, en met een latinisering ervan hirundo marina: zeezwaluw (Latijn hirundo: zwaluw). Duits meerschwalb is uit 1531. Middelnederlands was er seeswaluwe, mogelijk de oudste. De naam is vergelijkbaar met het eveneens algemene zeemeeuw voor meeuwen, zie bij larus marinus.

De vorkstaart van de boerenzwaluw zal de basis van de vergelijking zijn geweest, maar sierlijkheid en beweeglijkheid van speelden misschien mee. Waarschijnlijk gebruikte men de naam vooral voor visdief en noordse stern, de twee die het mooist een vorkstaart hébben. Men onderscheidde de twee nog niet.

Bij oudere schrijvers vind je het naamtype ook: Belon 1555 heeft hirondelle de mer voor waarschijnlijk de visdief, Ray 1678 sea swallow voor in het bijzónder de visdief, Martens 1675 schrijft dat de noordse stern schwalben mewe mag heten.

In de naam van Linnaeus is het marina van hirundo marina weggelaten, vergelijk wat bij gelochelidon gebeurde. Er staat nu zwaluwstern. Hoewel dat per ongeluk niet eens zo’n gekke naam is.

Een vraag was wel welke van de twee sterns Linnaeus hád. Nilsson 1858: of sterna hirundo de visdief is, “är mycket ovisst”, ‘is zeer ongewis’ (II-314). Men dacht vaak dat het de noordse stern was, vooral doordat in Linnaeus 1746, zijn werk over de Zweedse fauna, de rode snavel geen zwarte punt had. Temminck 1820 echter ziet er de visdief in en zo is men het gaan opvatten. Eén argument zal zijn geweest dat Linnaeus naar Gesners sterna en Willughby’s hirundo marina verwees, beide de visdief. Als tweede zou men kunnen opvoeren dat in Linnaeus 1746 “Habitat ubique ad lacus et stagna” staat, ‘Leeft overal bij meren en poelen’ (p.47). Ook in Zweden past dit bij de visdief, beter dan bij de noordse stern.

De Grieken kenden vrij zeker ook sterns, mogelijk juist de visdief: Homerus heeft kex voor ‘een vogel die in zee duikt’, de naam past bij hun kek-kek of kik-kik. Kort daarna schrijft een Grieks commentator dat de kex zwaluwachtig was, de oudste vermelding dan. Ook hadden de Grieken de katarraktes: wit, kleine meeuw, duikt naar vis - ‘klimt omhoog, trekt de vleugels in, stort zich naar beneden’. Grieks katarraktes betekende omlaagstortend, ook waterval, vergelijk Engels cataract: waterval. Vrij vertaald is katarraktes dan: duiker. Misschien was het een algeméne naam voor sterns.

-

Enkele andere namen voor de visdief (de codes zie op Home):

(U) Canadees little gull, Frans petite mouëtte blanche: kleine witte meeuw, Belon 1555. En voor het zwarte petje Zweeds hättentärna, dialect hätta: muts, pet, kap, tärna stern, als Engels tern - Noors hætteterne voor visdief én noordse stern, zoals meer namen voor beide werden gebruikt, in het bijzonder de klanknamen, zie bij sterna.

(G) N visdief, voor de kleine vissen die ze eten - bij vogelaars vaak visdiefje, voor het kleine, vergeleken met meeuwen, misschien ook het ranke, lieflijke, beweeglijke. Zweeds fisktärna, visstern. Pools rybitwa, ryba: vis - is ook de algeméne naam voor sterns, maar de visdief is ‘de gewone rybitwa’ (als algemene naam gebruikt men ook rybak, wat ook visser betekent). Bij dat vissen ‘bidt’ de visdief vaak, als een torenvalk, duikt vervolgens als een jan-van-gent het water in. In Canada is er daardoor gannet (gent, jan-van-gent).

(G) Nederlands icsterre, in Aldrovandi 1603: ‘naam bij Delft, waar er veel voorkomen’ (p.79), de naam in Nederland opgetekend als ikstar en variaties daarop, ook voor andere sterns gebruikt - het 1e deel het snelle kikikik, het 2e deel vormen bij stern, waarin het ‘andere geluid’, zie sterna - in Schotland zijn er pictarnie en variaties. Russisch kratsjka, algemene naam voor sterns, volgens een Russische bron: voor hun geschreeuw, vergelijk Russisch krietsjat’: schreeuwen. Van oorsprong misschien de visdief, de meest voorkomende stern daar, schreeuwt harder dan zwarte stern en witvleugelstern, die er ook veel voorkomen.

(G) Noordduits scheerke, de naam ook opgegeven voor de zwarte stern. Kluge 1967 verbindt met scheren: ‘sich fortmachen’ (‘je wegscheren’), “vom unsteten Flug” - vergeleken bij meeuwen hebben sterns een vlucht die grilliger is, ze zijn beweeglijker - maar in ‘je wegscheren’ zit ook de betekenis ‘snel’, en die past óók bij wat ze doen - en ‘over het water scheren’ ook.

(V) E common tern, waarover Yarrell 1843: “This species was long considered more common than it really is”, omdat men visdief, noordse stern en dougalls stern niet onderscheidde (III-396). Feitelijk is de noordse stern de meest voorkomende daar, hoewel dat vooral door Orkneys en Shetlands komt.