Photo credit: patrickkavanagh via Visual Hunt / CC BY-NC-SA

Sternula albifrons (Pallas 1764: Sterna albifrons). Eng. little tern. Ned. dwergstern.

Voor sterna albifrons, ‘stern met wit voorhoofd’, zie ook bij anser albifrons voor de kolgans. Latijn albus: wit, frons: voorhoofd. In het broedkleed hebben de meeste Europese sterns een zwart petje: de dwergstern is de enige met voorin een witte ‘uitsparing’.

Gesner 1555 heeft de dwergstern als eerste, inclusief een tekening waarop dit koppatroon te zíen is. Hij noemt hem larus piscator: visser-meeuw, naar Straatsburgs fischerlin (de dwergstern broedde vroeger in meer gebieden dan nu). Willughby en Ray benadrukken vervolgens het kleine, geven lesser sea swallow - zie sterna hirundo voor die zwaluw. Linnaeus 1766 doet hetzelfde, met sterna minuta: kleine stern, zie ook bij sternula. Lang is sterna minuta de meest gebruikte naam voor de vogel. Men wist nog niet dat Pallas hem al beschreven had.