Photo credit: yhoebeke via Visual hunt / CC BY-SA

Ixobrychus minutus (Linnaeus 1766: Ardea minuta). Eng. little bittern. Ned. woudaapje.

Het woudaapje is een ardea minuta, een kleine reiger, in Europa zelfs de kleinste van alle reigers. In veel talen is hij daarnaar benoemd, maar met 'roerdomp' in de naam: Nederlands kleine roerdomp, Zweeds dvärgrördrom, Engels little bittern, enzovoort. Het woudaapje lijkt een roerdomp in zakformaat.

Edwards 1760 had voor het woudaapje Engels little brown bittern, waarvan Houttuyn in 1776 Nederlands kleine bruine bitoor maakt (na in 1763 woud-aapje en kleine butoor, voor butoor zie bij botaurus). Aldrovandi 1603 had hem als zijn ‘derde roerdomp’: “Vertex erat niger; collum ferrugineum” (zwarte kruin, roestbruine hals), “In dorso nigricabat” (zwarte rug), en ook de rest van de beschrijving past (p.410). Olson 2007 heeft de eerste kleurtekening, een Franse, uit de 16e eeuw.

-

Enkele andere namen voor het woudaapje (de codes zie op Home):

(G) Duits grock, een naam voor het steeds herhaalde wròh, wròh. Nederlands woffer, in Nozeman 1770, met als uitleg dat de naam gegeven werd “van wegens het eenig geluid welk het zelve maekt, en het welk vry net wordt uitgedrukt door Wof, Wof” (met het blaffen van een hond werd dus ook vergeleken). Als een lokale Franse naam is er porchat, waarin volgens Desfayes 1998 Frans porc zit: het zwijn, en ook dit is dan een naam voor het wròh wròh. In de Provence is er rotaire, en volgens Mistral 1878, ‘Lou Tresor dóu Felibrige’, betekent dit als gewoon woord: ‘iemand die geregeld boeren laat’ (Frans roter is boeren).

(G) N woudaapje, in de 17e eeuw bij Pieter Holsteyn II woutaep, een naam voor hoe hij, behendig als een aap, door het riet(woud) klautert, het gedrag waarmee ixobrychus wel eens uitgelegd werd, zie aldaar. Sommigen zouden trouwens liever wouwaapje als officiële Nederlandse naam hebben, waarbij men wouw klanknabootsend bedoelt (de naam werd in 1937 geïntroduceerd, in 'Zien is Kennen!' van Binsbergen en Mooij).

(V) Duits stauden-ragerl: struik-reigertje, een naam in Kramer 1756, en waarschijnlijk was het dan een naam bij de Donau: ‘Kramer 1756’ is een flora en fauna van Nieder Österreich. Naast in riet nestelt het woudaapje ook in struiken. Zít er soms ook in, of klautert erdoorheen.

(?) Frans blongios, staat voor het eerst in Brisson 1760, is later lang dé Franse naam voor het woudaapje. Volgens Desfayes 2000 is het een fout gelezen blongion en was dit een lokale vorm van plongeon: duiker. Dit blongion werd gegeven voor enkele duikende watervogels, en later, ‘par confusion’, ook voor andere watervogels (lees: het woudaapje). Van de tot nu geopperde etymologieën voor blongios lijkt dit de meest overtuigende, een punt is alleen dat reigers geen duikers zijn, genoemde verwarring moet dan wel erg groot zijn geweest.