Naumann 1860. Photo credit: BioDivLibrary via Visual hunt / CC BY

Pterocles orientalis (Linnaeus 1758: Tetrao orientalis). Eng. black-bellied sandgrouse. Ned. zwartbuikzandhoen.

Vrij vertaald is pterocles orientalis: turks zandhoen. Fredrik Hasselquist, leerling van Linnaeus, ontdekt de vogel (of kreeg er een aangeboden) in ‘Natolia’, Anatolië. Hasselquist 1757: “Locus: Natoliae saltus; Aegyptus?” (p.279). Anatolië, in het Turks Anadolu, is grofweg het Aziatisch deel van Turkije. De naam gaat terug op Grieks anatole: de opkomst van zon of sterren (ana: omhoog, tello: opkomen van zon of sterren), maar anatole werd zo ook: het Oosten. Orientalis, oosters, ontstond uit Latijn oriens: opgaand, en ook dit werd: het Oosten (oriri: opkomen van de sterren). Oriëntaals stond wel voor iets veel breders dan Anatolisch, maar doordat orientalis híer teruggaat op Natolia, hebben we een turks zandhoen. Mogelijk kenden de oude Grieken de vogel trouwens al, zie bij de kleine trap, tetrax tetrax.

Op zijn reis naar Egypte en Palestina is Hasselquist eind 1749 in het West-Turkse Izmir, vaart mei 1750 door naar het Egyptische Alexandrië. Het zwartbuikzandhoen broedt tegenwoordig niet in West-Turkije, zat er toen wellicht wel, of Hasselquist kreeg informatie van jagers of vogelvangers - op markten werd de vogel verhandeld. Latijn saltus, in ‘Natoliae saltus’, betekent bos, maar ook ravijn, en dat kan wél passen bij de biotoop (algemeen: steppen), of men bedoelde: plateaus aan de rand van ravijnen. Een mogelijkheid is natuurlijk ook dat Hasselquist informatie kreeg die niet helemaal klopte.

Het naamdeel orientalis zou van Linnaeus kunnen zijn, aangezien hij het boek (‘Hasselquist 1757’) na diens dood samenstelde uit de reisaantekeningen, en de Oriënt in de aantekeningen over de vogel niet voorkomt - alleen Natolia. In een brief aan Linnaeus, opgenomen in het boek, schrijft Hasselquist dat de vogel wat hem betreft in het genus tetrao hoort, wat Linnaeus overneemt. Ook schrijft hij: het is een soort “som jag tviflar äro beskrefna”, waarvan ik betwijfel of ze beschreven is (p.574).