Photo credit: richard2formosa on Visual Hunt / CC BY-NC-ND

Cuculus optatus Gould 1845. Eng. oriental cuckoo. Ned. boskoekoek.

Tot voor kort was het cuculus saturatus, voor de kleur, meer verzadigd dan bij dé koekoek. Nú is de boskoekoek een gewénste koekoek, gezien Latijn optatus: gewenst, welkom, aangenaam (optare: kiezen, wensen, begeren). Bij Gould geen uitleg. Een aanwijzing geeft dat hij de tweede van de drie koekoeken uit Australië die hij op dat moment aan de ‘Zoological Society of London’ voorlegt, cuculus insperatus noemt: onverwachte koekoek. Het zal voor hem een spel met namen zijn geweest.

Brisson 1760 had de boskoekoek waarschijnlijk al, zijn coucou tacheté de Mindanao. Uit de Filippijnen was er een opgestuurd, gezien de beschrijving een vrouwtje bruine vorm. Buffon 1770-1783 heeft hem daarna ook, met de eerste kleurtekening van de vogel, idem de bruine vorm. Wel is hij even in de war: ‘kijk je naar de tekening, dan lijkt het een juveniel van de Europese koekoek’ (Buffon kende nog geen ‘vrouwtje bruine vorm’). Op de tekening valt trouwens op dat de vogel zwaar gebandeerd is, een onderdeel van dat meer gesatureerde.

-

Enkele andere namen voor de boskoekoek (de codes zie op Home):

(G) Duits hopfkuckuck, omdat vooral op afstand het geluid op de hop lijkt. Russisch gloechaja koekoesjka: dove koekoek, gloechoj: doof, volgens Russische bron waarschijnlijk omdat de roep doffer is dan die van dé koekoek, hij doet er wel aan denken. Snow 1998: het steeds herhaalde hoet-hoet “of constant low pitch”.

(V) N boskoekoek, misschien uit Duits waldkuckuck. Op het noordelijk halfrond is het een vogel van vooral diepe, ongerepte, Russische taiga. Zweeds taigagök, gök: koekoek. Het dichtstbijzijnde broedgebied is het land van de Komi, tegen de Oeral aan.

(V) E oriental cuckoo, waarschijnlijk vooral omdat de cuculus saturatus van Blyth 1843, zie hogerop, uit Nepal kwam. Deze werd ook himalayan cuckoo genoemd.