O. v. Riesenthal. Photo credit: BioDivLibrary via Visual Hunt / CC BY

Strix uralensis Pallas 1771. Eng. ural owl. Ned. oeraluil.

Strix uralensis betekent oeraluil. De Oeral is het lintvormige Russische gebergte waarover men ooit afsprak dat het als ‘grens’ tussen Europa en Azië zou dienen. De oeraluil komt er voor. Maar ook elders, een ‘probleem’ bij meer topografische namen, zie bij sterna sandvicensis.

Pallas ontdekt de vogel bij de zuidelijke Oeral, noemt hem stryx vralensis (v = u) en schrijft over het voorkomen: “copiose circa Alpes Vralenses”, ‘talrijk in de omgeving van de Oeralse Alpen’ (p.455). Had Linnaeus hem ontdekt, dan was het misschien strix lapponica geworden: laplanduil. Naast plaatselijk in Oost-Europa broedt de oeraluil over een brede strook van Zweden tot Japan, vooral in stille bossen met open stukken, velden, moerassen, enzovoort.

-

Enkele andere namen voor de oeraluil (de codes zie op Home):

(U) Tsjechisch sova bělavá: witachtige uil, bělavý: witachtig - een naam voor het bleke kleed (licht grijsbruin).

(U) Fins viirupöllö, viiru: striem, streep - Snow 1998: het verenkleed is “copiously streaked [rijkelijk gestreept] on back, back of head, and underparts”. De Finse naam lijkt op (is geïnspireerd door?) strix liturata van de Zweed Per Lindroth in ‘Museum Naturalium Grillianum’ van 1788, tegenwoordig de ondersoort in Scandinavië en noordwestelijk Rusland, maar Lindroth wist niet van ondersoorten, wist ook niet dat Pallas de vogel al had. Latijn litura: vlek, smeersel. Bestreken uil dan? Voor de egale gezichtssluier? Maar Lindroth had litura in een zin: “corpore albicante maculis longitudinalibus seu lituris fuscis”, ‘het lijf witachtig, met langwerpige, donkere vlekken’ (p.5). Gevlekte uil dan.

(G) Zweeds slaguggla: slag-uil. Svensson 2010 geeft zelfs een waarschuwing: “Pas op: zeer agressief ten tijde van uitvliegen van jongen en kan indringers fel aanvallen”. Geeft die waarschuwing overigens ook bij de sperweruil, en in iets mindere mate bij bosuil en laplanduil.